Blog

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Een stad om in te bewegen

Ruimte en gezondheid gaan hand in hand. Dat werd duidelijk tijdens het congres ‘Ruimte voor gezondheid’ in Groningen. En er is op dat gebied werk aan de winkel voor Nederlandse ruimtemensen. Want waar eind 19e eeuw het riool ons van de ‘tering’ redde, kan een gezonde stad ons nu afhelpen van obesitas en stress. Niet door radicale veranderingen, maar met kleine ruimtelijke en organisatorische aanpassingen die beweging stimuleren. Als subtiele verleiders moeten we tekeer gaan bij de doorontwikkeling van onze omgeving.

Deze blog verscheen eerder op Ruimtevolk

Obesitas, stress en de stad
Toen de auto de stad veroverde, veranderde de infrastructuur in ongezonde richting. De tussen werk en woning heen-en-weer pendelende automobilisten kregen steeds minder beweging en veroorzaakten een benauwde stad. Daar bovenop kwam ook nog de introductie van fast food. Deze combinatie heeft er mede toe geleid dat we nu kampen met een nieuwe epidemie: obesitas.

Maar dat is niet de enige ziekte die samenhangt met een ongezonde stad. Dankzij automatisering en het internet kunnen we overal werken. Handig en snel, maar het brengt een maatschappelijk probleem met zich mee: stress. Ook hier speelt ruimte een rol. Uit onderzoek van Agnes van den Berg blijkt dat veel mensen rustiger worden als zij (imitatie)natuur zien.

Obesitas en stress zijn de tuberculose van onze tijd. Maar nu is een fysieke aanpassing – zoals de introductie van het riool – niet de enige oplossing. Die ligt ook bij de inwoners van steden. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om gezonder te eten en meer te bewegen. De vraag is wat wij als ruimtemensen kunnen betekenen om stedelingen te stimuleren gezonder te leven. Hoe kunnen we de stad zo doorontwikkelen dat zij haar inwoners verleidt om meer te bewegen en te sporten? En waar ligt de grens tussen verleiden en forceren? Het antwoord op deze vragen vond ik op het congres Ruimte voor gezondheid en bij de voorbereiding de Meer Merwede bijeenkomst Sport en Wonen.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Bewegen: forceren of verleiden?
Menno Moerman vertelde dat er in steden veel te winnen is in de dagelijkse bewegingen. Van en naar school en ons werk, via de supermarkt en andere voorzieningen. Uit het onderzoek ‘De gezonde wijk’ waaraan hij meewerkte, zijn verschillende ideeën ontstaan om mensen meer te laten bewegen in hun wijk. Enkele tips:

– Vergroot de afstand naar de auto’s. Hierdoor wandel je meer en pak je sneller de fiets voor kleinere afstanden.
– Zorg voor variatie in de woonomgeving. Variatie ervaart men vaker bij laagbouw; verschillende tuinen en huizen. Dit laat je denken dat afstanden kleiner zijn waardoor je sneller wandelt of fietst.
Zorg dat zo veel mogelijk mensen op wandel- en fietsafstand wonen van voorzieningen, werk en scholen. Dit kan bijvoorbeeld door de dichtheid te verhogen en voorzieningen te spreiden.
– Vergroot de aantrekkelijkheid van wandel- en fietspaden en verlaag die van de autowegen. Bijvoorbeeld door autovrije en -arme routes aan te leggen, stoplichten voor fietsers sneller op groen te laten gaan (bij regen) en wandel- en fietspaden te vergroenen.

– Doe iets extra’s, iets leuks voor fietsers. Zoals een fietspomp aan fietsnietjes.
– Maak de trap aantrekkelijker dan de roltrap of lift. Bijvoorbeeld met een pianotrap.

Zien sporten doet sporten
Daniel Casas Valle en Vincent Kompier hebben onderzoek gedaan naar sport in de stad. Zij vroegen zich af hoe je sport aantrekkelijker kan maken en dichter bij de mensen kunt brengen. Hierdoor groeit de sportparticipatie indirect. Zo kan sport ook worden gebruikt om stedelijke ontmoetingsplekken te maken of te versterken. De onderzoekers zochten goede voorbeelden in verschillende Europese steden. Wie sporten wil bevorderen, zo blijkt, moet sport zichtbaar maken en combineren met andere programma’s uit de omgeving, zoals winkels, horeca, cultuur en onderwijs. Want zoals zien kopen doet kopen, geldt ook dat zien sporten doet sporten.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Verleidelijk en gezond
De monofunctionele stad is afschuwwekkend en ongezond. Deze stad is een gevaar voor de stedeling. Haar tegenhanger is de multifunctionele stad. Zij is verleidelijk en gezond. De gezonde stad is onder andere een stad om in te bewegen. Een stad waarin fysieke diversiteit en groen de mensen verleidt tot gezond gedrag.

Diversiteit in de woonomgeving stimuleert mensen om meer te wandelen en te fietsen, omdat afstanden kleiner lijken. Als er in de buurt geen bestemmingen zijn, is er ook nauwelijks beweging. Hetzelfde geldt voor sportlocaties: zonder verenigingen, wedstrijden of evenementen worden deze minder gebruikt. Om een plek meer bekendheid te geven en het gebruik ervan te stimuleren is een programma nodig. Met gebeurtenissen creëer je belevingen. Een programma komt in het nieuws, maakt reclame en keert vooral regelmatig terug; het zorgt voor een continu gebruik van de plekken.  Bovendien, concluderen de onderzoekers van ‘Sport in the City’, zijn verschillende programma’s te combineren op één plek. Op een sportveld kan ook een band optreden of is plek voor een buurtmarkt. Dit betekent dat ook een organisatorisch aspect komt kijken bij de programmering van een plek.

Gezond is de stad waarin multifunctionaliteit zich vertaalt in activiteitenprogramma’s die regelmatig ontmoetingen teweegbrengen. Juist ook in de openbare ruimte, zoals Donica Buisman ons leert in haar blog ‘Van niemand en iedereen tegelijk’. Ontmoetingen die zijn gekoppeld aan een plek, maken dat een plek een betekenis krijgt voor haar bezoekers; zij beleven er, ontmoeten er en keren er regelmatig terug.

Want dat is verleiden: uitnodigen tot aanraking, ontmoeting en beleving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deel dit:

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger