Blog

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Van initiatiefnemer tot instituut

‘Initiatiefnemer’ is een aanduiding voor iedereen die iets onderneemt, iets nieuws begint zonder opdrachtgever. Dikwijls zonder directe vraag. Initiatiefnemers hebben altijd bestaan, maar het aantal groeit nu significant. Dat hebben we te danken aan google. We hebben allemaal toegang tot alle kennis en leggen gemakkelijk contact met gelijkgestemden. Deze groeiende zwerm initiatiefnemers stormt op overheden af en zij hebben hun handen vol met goede ideeën die zij wel of geen plek moeten geven. Hoe om te gaan met deze veranderingen? 

Het ontstaan van de initiatiefnemer anno nu
Ik ben ook initiatiefnemer. In 2012 startte ik met Meer Merwede: een initiatief om de transformatie van een distributiegebied in het Zuiden van Utrecht aan te jagen middels een gezamenlijke gebiedsaanpak. Al snel was ik niet meer alleen. Samen met Floris Grondman als compagnon en Maurice Hengeveld als redacteur kreeg het initiatief verder vorm.

Als ik uit moet leggen waarom Floris en ik initiatief hebben genomen in Merwede, begin ik vaak over de netwerksamenleving. Een samenleving waarin de burger niet afhankelijk is van grote bedrijven en instituten en waarbij verantwoordelijkheid meer dan ooit bij het individu ligt. Simpelweg omdat kennis zo toegankelijk is. Via google kunnen we vrijwel alles te weten komen. We hoeven er niet meer voor naar school of naar een loket van één of andere instelling die zich verantwoordelijk voelt voor ons. En we hoeven al helemaal niet meer naar de kerk, zoals dat voor de verlichting ging, om kennis tot ons te nemen. Bij een God die verantwoordelijk is voor al dat ons overkomt. Na de Bijbel kwam het boek en na het boek kregen we google. Nu zijn we zelf verantwoordelijk voor de waarheid die we kiezen en voor de dingen die we doen. Die verantwoordelijkheid nemen wij door ons in te zetten voor onze stad met de kennis, het netwerk en middelen die voorhanden liggen.

Initiatiefnemer voor de overheid: samenwerken of loslaten?
Vooral overheden zie ik worstelen met ons. Wie is nu wel en geen initiatiefnemer? Met welke initiatiefnemer werk je wel en niet samen? Wie kan prima werken zonder de overheid en heeft alleen een vergunning nodig? Wie faciliteer je, met wie werk je samen en wie ondersteun je?

Koffiebar: faciliteren
Zo ben ik er achter gekomen dat iemand die een koffiebar wil beginnen op een kantoorlocatie, binnenkomt bij de gemeente als initiatiefnemer. Een heel team wordt aan het werk gezet omdat de afdeling vergunningen er niets mee kan. Kwestie van een nieuw of flexibel bestemmingsplan, zeg je met een beetje logisch nadenken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: voor de gemeente moet een manier van werken veranderen die al decennia lang vastgeroest zit. Bovendien kunnen horecaondernemers die op een B-locatie gaan zitten niet de 100 euro per vierkante meter per jaar betalen. Maar dit is steun die de eigenaar moet bieden naar gelang de meerwaarde die hij of zij inziet van de koffiebar.

Gebiedsontwikkelaar: samenwerken
Nieuw in initiatievenland is de gebiedsontwikkelaar zonder bezit en met verbindend vermogen. Deze komt niet bij de gemeente voor een vergunning, maar voor een samenwerking. Wat de gemeente namelijk al wel veranderd heeft is het ‘faciliteren’ van ontwikkelingen en transformaties. Per initiatief (de ontwikkelaars) wordt gekeken wat wel en niet kan. Sturen doen zij niet meer. Verbinding leggen met elkaar en de omgeving moet de markt zelf doen. Een logische verandering. Traditionele eigenaren en ontwikkelaars kunnen hier echter nog niets mee: zij willen op zijn minst weten wat wel en niet mag voordat zij investeren in nieuwe plannen. In dit gat, dat de gemeente eerst zelf invulde, springt de gebiedsontwikkelaar zonder bezit. Een brug tussen sturen en faciliteren. Daarom is samenwerken hier een logische reactie.

Woongroepen en broedplaatsen: ondersteunen
Er zijn veel groepen mensen die samen het vermogen hebben om een pand aan te kopen of te huren en op te knappen. Vaak oude fabrieks- of kantoorpanden. Ook hier vormt het bestemmingsplan een obstakel en ook zij komen binnen als initiatiefnemer. Meer terecht dan de koffiebar, want deze groepen hebben extra ondersteuning nodig. Zij hebben vaak minder vermogen dan ontwikkelaars die willen slopen en nieuwbouw willen plegen, of zij die zoveel mogelijk woningen in één pand realiseren. Daar tegenover staat dat dit soort groepen wel een grote bijdrage levert aan de sociale cohesie en vernieuwing van een buurt of gebied. In Utrecht zie je dit bij Buurland en Vechtclub XL. Zij komen in plaats van de gevestigde orde zoals woningbouwcoöperaties en (tijdelijke) huisvesters van creatieve bedrijvigheid. Ondernemingen die de gemeente altijd een plek heeft gegeven in de stad. Daarom pleit ik voor ondersteuning van dit soort initiatiefnemers.

Geïnstitutionaliseerde initiatiefnemers: zwermen
In Utrecht zijn er zo veel initiatiefnemers die een steeds grotere plek innemen naast bedrijven en de gemeente dat zij zwermen vormen. Een extra laag aan de publiek-private samenwerking. Het Utrechts Verbond en de Utrechtse Ruimtemakers zijn twee voorbeelden van zwermen ondernemende burgers die in los verband samenwerken. Er is geen aangewezen leider of bestuur. Wie de leiding neemt in een project of onderwerp, kan volgers krijgen en datgene waar de meeste energie naartoe gaat, wordt uitgevoerd. Dit maakt de zwerm soepel en toegankelijk voor nieuwe deelnemers aan de zwerm. We inspireren en motiveren elkaar en zijn een samenwerkings- en sparringpartner voor overheden en bedrijven.

De samenwerking tussen initiatiefnemers onderling en met overheden en bedrijven is een professionaliseringsslag die wenselijk is voor de levensvatbaarheid van initiatieven. Maar het is ook gevaarlijk voor de snelheid en openheid van het netwerk: hebben we straks een paar winnaars of een structuur waarbinnen voor iedereen goed samengewerkt kan worden? Hoe dan ook: de netwerksamenleving is aan het verklonteren. Of dit goed is of niet, laat ik nog even in het midden. Hierover gaat mijn volgende blog.

 

Couleur Locale: de Ruimteverkenning

In het Jaar van de Ruimte gaat een groep jonge ruimtemakers op zoek naar de ruimtelijke opgaven van de nabije toekomst. Hoe ziet Nederland eruit in 2040? De Ruimteverkenning van Couleur Locale en YURPS voert de deelnemers langs vijf regio’s met vijf karakters. De groep brengt de uitkomsten van deze verkenningen samen in een publicatie over ruimtelijke opgave van de toekomst.

Jaar van de Ruimte
In 2015 vindt het Jaar van de Ruimte. Onder het motto ‘Wie maakt Nederland?’ wordt een breed debat georganiseerd over de ruimtelijke toekomst van Nederland. Het doel is nieuwe perspectieven te ontwikkelen voor de leefomgeving. In het Jaar van de Ruimte wordt iedereen uitgenodigd om zijn of haar visie te geven. Om ook jonge ruimtemakers daarbij te betrekken organiseert Couleur Locale in samenwerking met YURPS een Ruimteverkenning.

Ruimteverkenning
De Ruimteverkenning is een zoektocht naar de ruimtelijke opgaven van de nabije toekomst – naar wat er speelt en wat er mogelijk is. Steeds meer lijkt Nederland een land te worden van verschillende snelheden. Van groei naast krimp. Tijdens de Ruimteverkenning zoomen we in op de regio en gaan we op zoek naar regionale verschillen. We gaan langs vijf regio’s met elk een eigen karakter, een eigen problematiek en een eigen ontwikkelingssnelheid. Wat betekenen de ontwikkelingen in de regio voor de ruimtelijke praktijk van de toekomst, zowel regionaal als nationaal? Wat wordt er gevraagd van ruimtemakers en welke oplossingsrichtingen zien we?

Programma: 5 excursies naar vijf regio’s
Van maart tot en met juli vinden er vijf excursies – iedere eerste vrijdag van de maand – plaats naar de regio’s Amsterdam, Parkstad, Twente, Eindhoven en Groningen. Elke bijeenkomst krijgt een ander thema. In Amsterdam kijken we naar de metropoolregio in internationaal perspectief, in Parkstad naar de zoektocht van de postindustriële regio, in Twente naar de samenwerking binnen een sociaal-culturele regio, in Eindhoven naar de continuering van de kennisregio en in Groningen naar het contrast tussen groeiende stad en krimpend ommeland. De bevindingen van de excursies worden in het najaar gedeeld en getoetst tijdens een reflectiebijeenkomst met andere vakgenoten en uiteindelijk verwerkt in een publicatie aan het einde van het jaar.

Deelnemen
De Ruimteverkenning biedt plaats aan 20 deelnemers onder de 35 jaar. De deelnemers hebben een groot aandeel in het proces en de uitkomsten van de Ruimteverkenning. Hun bevindingen en gedachten tijdens en na de bijeenkomsten vormen de basis voor de eindpublicatie. Deelnemen is kosteloos – reiskosten uitgezonderd – maar niet vrijblijvend. Er wordt verwacht dat je aan alle zes bijeenkomsten deelneemt en een actieve inbreng levert tijdens deze bijeenkomsten. Wat je voor je inzet terugkrijgt is een interessant inhoudelijk programma, een hoop nieuwe contacten en een aandeel in een mooie publicatie aan het einde van het Jaar van de Ruimte.Data
De excursies vinden plaats op de volgende data:

  • Amsterdam: vrijdag 6 maart
  • Parkstad Limburg: vrijdag 10 april
  • Twente: vrijdag 1 mei
  • Eindhoven: vrijdag 5 juni
  • Groningen: vrijdag 3 juli

Aanmelden
Tot 26 januari kun je je aanmelden middels het aanmeldformulier op Yurps.nl. Omdat een actieve deelname wordt verwacht, vragen we om een korte motivatie (in een paar zinnen). Bij meer dan 20 aanmeldingen maken we een selectie waarbij we rekening houden met de motivatie en de diversiteit – qua studies / functies – van de groep. Heb je aanvullende vragen, mail dan naar  info@ruimteverkenning.nl. En volg ons op Facebook voor verdere updates via  www.ruimteverkenning.nl of op Twitter via @CouleurLocaleNL!

Deze blog verscheen ook op Krisoosting.nl & Yurps.nl 

Weinig ruimte voor initiatief in Utrechts vastgoed

Er is weinig ruimte voor initiatief in Utrechts vastgoed. Vandaag nog verscheen een artikel op DUIC dat de winnaar van de ideeënprijsvraag voor de herbestemming van Tivoli Oudegracht laat weten dat hun plan niet door de gemeente wordt opgepakt. En ook de Bieb op Neude lijkt het niet te winnen van commerciële partijen. Dikwijls hoor, en denk, ik dat de gemeente Utrecht te weinig steun biedt aan de initiatieven. Hoe kan dit? Is het wel echt zo? En vooral: hoe kan dit beter?

Illustraties: Katja Fred

Plein tijdelijk vastgoed
Deze vragen stonden centraal in het plein ‘tijdelijk vastgoed’ dat ambtenaar Wim Beelen en ik, als initiatiefnemer, organiseerden tijdens het festival Utrecht maken we Samen. Verschillende ambtenaren en initiatiefnemers uit Utrecht zochten met ons mee naar mogelijkheden voor initiatief in tijdelijk vastgoed. We vonden samen niet alleen mogelijkheden voor vastgoed van de gemeente Utrecht, maar ook voor Utrechts vastgoed in bezit van beleggers en particulieren. De aanleiding was een eerdere zoektocht van Wim Beelen, Linda Poelman en mijzelf. Hierin staat wat meer informatie over het handelen van de Utrechtse vastgoedorganisatie (UVO). Onderstaand wat korte conclusies van één december. Meer informatie staat in het verslag.

Trage vastgoedmarkt
Zo werden we het eens dat de vastgoedmarkt te traag is voor tijdelijk gebruik door initiatieven. Eer je je plan gehuisvest krijgt is het niet meer nodig; je behoefte was immers tijdelijk. De vastgoedmarkt kan dus wel minder log ingericht worden én met wat meer lef om initiatiefnemers een plek te geven.

Leegstandskaart door bewoners
Eén van de oorzaken van de traagheid is de moeite die veel initiatiefnemers hebben met het vinden van informatie over leegstaande panden en de eigenaren er achter. Hierom vatte we het idee om een leegstandskaart te introduceren die bewoners zelf up to date houden. Zij kunnen hier een pand uploaden, gegevens die zij weten bijvoegen en hun wens of idee voor (tijdelijk) gebruik aangeven. Aan de gemeente of lokale organisaties de vraag om gegevens aan te vullen en eigenaren te benaderen.

Initiatiefnemer, kom met een goed plan
Ook ontdekten we dat het voor initiatiefnemers lastig is om met een -voor vastgoedeigenaren- goed plan te komen. Advies aan initiatiefnemers is om vast te beginnen met het plan en zo mogelijk ook de uitvoering. Wil je een restaurant? Begin dan vast met catering of mobiele horeca. Wacht ook niet tot je weet of er wel horeca mag op de plek die je wilt of vindt: begin gewoon! Een goed plan komt er toch wel. En: zoek uit, of vraag, wat het kost om het pand te onderhouden en toon aan dat jouw plan meer oplevert.

Eigenaren huisvesten weinig initiatieven
Niet alleen de gemeente, maar alle eigenaren vestigen weinig initiatieven. Aan de gemeente het advies om het goede voorbeeld te geven en niet, of in ieder geval minder, samen te werken met geijkte partijen. Hieronder verstaan wij antikraak organisaties als Ad Hoc en Interveste, studentenhuisvester SSH en SWK, huisvester van creatieven. Om dit te stimuleren hebben wij een advies aan de raad en het college: maak van tijdelijk gebruik door initiatiefnemers een beleidsdoelstelling. Wanneer het huisvesten van initiatieven een beleidsdoelstelling is, moet de vastgoedorganisatie hier plek voor maken. Gebiedsmanagers en wethouders kunnen het dan ook als advies meegeven aan vastgoedeigenaren en ontwikkelende partijen.

Het grijze gebied
Tot slot de vergunningen. Veel initiatiefnemers hebben de ambitie om meer te zijn dan alleen een plek. Dit is het moment dat zij in een grijs gebied belanden vol regels, ontheffingen, gedoogconstructies en strikte bestemmings-plannen. Gebiedsmanager Wim Beelen legde op één december uit wat wel en niet mag en hoe je tijdelijk, of zelfs definitief, bestemmingen kunt wijzigen. Mogelijkheden zijn: gedogen, bestemmingswijziging en tijdelijke ontheffing (de kruimelregeling). In het verslag is informatie over de kruimelregeling opgenomen en in deze handreiking vindt u meer informatie over tijdelijk gebruik en de omgevingswet.

grijs

 

Zoektocht naar tijdelijk vastgoed voor initiatieven

Voor de zomer van 2014 organiseerde gemeente Utrecht een ambtenaren-initiatievenuitje naar Arnhem. Om te leren over hun samenwerking tussen initiatieven en ambtenaren, bezochten we onder andere het project Coehoorn Centraal. Lokale initiatiefnemers hebben daar regie over de wijkontwikkeling gekregen van de gemeente. Één van de middelen was de huur en verhuur van tijdelijk vastgoed. Het inzetten van tijdelijk vastgoed vonden ambtenaren Linda Poelman, Wim Beelen en ik, als initiatiefnemer (ondernemer), een goed idee voor Utrecht en daarom gingen wij op zoek naar mogelijkheden in onze stad. 

Ambtenaren-initiatievenuitje
Illustraties: Katja Fred

Al gauw kwamen we er achter dat er maar weinig vastgoed van de gemeente Utrecht beschikbaar is voor initiatieven. Bovendien kan de ruimte die er is alleen voor een marktconforme prijs verhuurd worden aan marktpartijen. Dit heeft de raad vastgesteld in een kadernota. Wie voldoet aan zuivere beleidsdoelstellingen (en geen marktpartij is) betaalt alleen de kostprijs. Bovendien, zegt de vastgoedorganisatie van de gemeente, is er helemaal geen leegstand van tijdelijk vastgoed in Utrecht.
Tussen raad en vastgoedorganisatie

De vastgoedorganisatie vertelt ons dat initiatieven met goede ideeën een plek kunnen krijgen als marktpartij, maar ook dat geijkte partijen (SSH, SWK en Sofies) een groot deel van het tijdelijk vastgoed huren en verhuren. Panden die door hun staat niet te verhuren zijn, worden beheerd door een professionele antikraak organisatie. ‘Er is geen leegstand dankzij goed portefeuillemanagement.’ Zo stelt de vastgoedorganisatie.
Antikraak met honden

Marktpartijen die huren via de gemeente zijn divers: van Vodafone tot Stichting Tafelboom. ‘Maar’, benadrukt de Utrechtse vastgoedorganisatie, ‘het hebben van vastgoed is geen doelstelling van de gemeente. Het is slechts een middel om beleidsdoelstellingen te kunnen verwezenlijken.’ Een uitzondering is het OPG-terrein in de Merwedekanaalzone. Dit terrein is strategisch aangekocht voor herontwikkeling. Hier huisvesten bedrijfsverzamelgebouwen als Vechtclub XL en De Alchemist. Zij betalen niet de hoofdprijs, maar wel een marktconforme prijs.
OPG-terrein

Waarom wordt tijdelijk vastgoed niet structureel gebruikt om beleidsdoelstellingen of herontwikkeling te kunnen verwezenlijken? En waarom is het faciliteren van initiatieven geen beleidsdoelstelling? En wat is eigenlijk een ‘goed idee’ voor een initiatiefnemer? Je idee moet het immers opnemen tegen (tijdelijke) verhuur aan geijkte partijen. Goede relaties van de vastgoedorganisatie.
Touwtrekken met geijkte partijen
Onze zoektocht roept vragen op die één december ter discussie stonden tijdens het festival Utrecht maken we samen op het plein ‘tijdelijk vastgoed’. Het verslag, met antwoord op de bovenstaande vragen, volgt volgende week. En we hebben meer advies voor tijdelijke leegstand in Utrecht.

In de steegjes van Middelburg

De muren staan hier bol, alsof ze dikke buiken hebben. Vol van alle verhalen die ze tot zich hebben genomen in de eeuwen dat ze hier staan. De planten die eruit groeien zijn meer dan honderd jaar oud, zo liet ik me vertellen. Ook zij hebben de verhalen gehoord, maar voor hen zijn het legendes. Ze gingen van generatie op generatie.

De panden erachter weten van niets. Ze keren zich af. Hun deuren zijn hier achterdeuren en mensen komen hier nauwelijks. Een kater en ik schrikken van elkaar bij onze ontmoeting. Zijn ogen glimmen en zijn rode staart wordt dik.

Je voelt dat hier geheimen zijn. Alles is dik in deze krappe steegjes, in deze kleine stad met een groots verleden. Ooit zaten hier gildes achter de deuren, met mensen vol kennis die niet zomaar gedeeld mocht worden. Als je uit de steegjes stapt, verlies je het gevoel van gildes en geheimen. Gebukt onder de lage poort kom je weer in de stad van nu. Waar de gevels aan de overkant je herinneren aan schandalen uit de Gouden Eeuw. En waar de winkels naast de poort je herinneren aan de spullen die je moet kopen, maar niet nodig hebt.

Soms verlang ik naar muren vol verhalen en geheimen die ik niet ken. Naar een stad waar kennis rijkdom is. Op die momenten ben ik in de steegjes van Middelburg.

Deze blog schreef ik voor de gastblog van Kris Oosting: zijnwatjeziet.nl (titel ontleend aan het gedicht Hof van Rutger Kopland). 

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger