Blog

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Locatiemarketing bij Meer Merwede

Sinds mijn afstuderen over ‘locatiemarketing bij revitalisering’ heb ik het idee gevat dat ik een nieuwe marketingmethode wil ontwikkelen. Connected Identity zou het moeten heten. Een methode waarbij doelgroepen bepaald worden op basis van (gekoppelde) activiteiten en waarbij gebiedsgebruikers zelf een gebied op de kaart zetten en vermarkten. De identiteit is dan een combinatie van leefwerelden die op de één of andere manier aan elkaar gekoppeld zijn.

Een beetje vaag is het wel, dat Connected Identity. Al vanaf het begin. In 2011 twijfelde ik: sociologie studeren na mijn opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten, of gewoon uitproberen en al doende leren? Echt kiezen deed ik niet, ik initieerde een project waarin ik de methode concreter kon maken. Dat het project zou groeien tot gebiedsontwikkeling, wist ik toen nog niet. Maar dat even daargelaten voor deze blog. Dit is een verslag van mijn zoektocht naar een nieuwe marketingmethode: Connected Identity aan de hand van de locatiemarketing bij het project Meer Merwede

Identiteit vinden
Ieder gebied heeft bestaande kwaliteiten en nieuwe kansen. Het vinden daarvan is voor mij een kwestie van googelen, rondfietsen, mensen aanspreken en ondernemers en actieve bewoners(groepen) bezoeken. Wie zoekt, vindt in Merwede natuurlijk leegstand, de tippelzone en de afwerkplek, maar wie iets verder kijkt ziet ook de tuin achter de pottenbakkerij Mobach, de bedrijfsverzamelgebouwen Vechtclub XL en De Alchemist en nog veel meer. Voor Meer Merwede heb ik na deze eerste observatie en gesprekken een bijeenkomst georganiseerd waar mensen (bewoners, ondernemers, ontwikkelaars, eigenaren en gemeente) hun wensen, de kwaliteiten en de obstakels die zij zagen konden doorgeven. Strikt genomen een gezamenlijke SWOT-analyse. Alleen de ‘bedreigingen’ heb ik zelf ingevuld.

Kwaliteiten en zwakten

Onderwerpen achter de wensen, obstakels en kansen die in de eerste bijeenkomst genoemd werden, kwamen terug in de vervolgbijeenkomsten: Groen en Paviljoen, Sport en Wonen en Buigzame plannen. Het totaal gebruikten wij als input voor het ontwikkelingsperspectief Mix Merwede met lef en experiment. In dit ontwikkelingsperspectief kwamen de kwaliteiten van de huidige identiteit van het gebied naar voren in vijf ‘karaktereigenschappen’, verbeeld en vertaald naar een type gebruik en omgeving. Deze eigenschappen werden omgezet in nieuwe perspectieven met voorbeelden van programma en architectuur.

CI- Voor ons was het cruciaal dat hierbij vanuit bestaande kwaliteiten en bestaande ondernemers en programmering gecommuniceerd werd én dat het mixen van de karaktereigenschappen en kansen zichtbaar zou worden. Een plek heeft immers, net als een mens, verschillende eigenschappen die samen één identiteit maken.

Mix Merwede

Imago verbeteren
Kwaliteiten maken we zichtbaar door middel van interventies en een website waarop de kwaliteiten, verhalen en ontwikkelingen uit en in het gebied op verhalende manier verteld worden. Interventies zijn publieke evenementen en fysieke veranderingen in de openbare ruimte. Zo organiseerden we met Meer Merwede in juni 2013 het festival Merwede leeft! waarbij we een olifantenpad verhard hebben tot skate(-, fiets-, en wandel)pad in co-creatie met de skaters die ook aan het evenement meededen.

Verharden olifantenpad skatepad

In mei 2014 organiseerden we Merwede Maakt! en realiseerden we drie ’kijkhuisjes’ in samenwerking met deelnemende kunstenaars, waardoor bezoekers en voorbijgangers een toekomstperspectief kunnen zien op locatie.

De interventies verbinden deelnemers aan elkaar en bezoekers aan het gebied door een dikwijls eerste of nieuwe kennismaking met het gebied. Én interventies vermarkten de plek, doordat de activiteiten in lokale en op sociale media gedeeld worden. Hiermee verandert ook het imago van ‘Merwede’, het gebied dat voorheen geen eigen naam had. Men noemde Merwede dikwijls ‘het industriegebied bij de tippelzone’ en inmiddels is het voor een aantal mensen ‘Merwede’ of ‘Merwedegebied’ en wordt het in de media bestempeld als ‘Gebied in transitie’ waar ‘ontwikkelingen sneller moeten’.

CI – Belangrijk bij de evenementen en fysieke interventies is dat zij samen met de gebiedsgebruikers en –bewoners georganiseerd worden. Zo zetten we samen het gebied anders op de kaart. Ik merk dat veel mensen daar ook graag aan bijdragen: samen maken we ook onze omgeving. Zij doen het dus niet per se om bijvoorbeeld als onderneming zichtbaar te zijn. De aan elkaar gekoppelde activiteiten komen samen in één sfeer; één identiteit, waarin iedere deelnemer ook zijn eigen identiteit kan behouden en daarmee aansluit bij de rest.

Communicatie
Naast de website en activiteiten die niet alleen door Meer Merwede, maar ook door andere ondernemers uit Merwede en omstreken georganiseerd worden, zoals NIGHTWALKERS MERWEDE #2, Superschelden en de vele activiteiten in onder andere Vechtclub XL en Skatepark Utrecht, is er natuurlijk ook de meer traditionele communicatie waar wij mee bezig zullen gaan. Zo is het idee om ook ‘brochures’ en andere reclame gezamenlijk met ondernemers en bewoners uit te brengen. Denk bijvoorbeeld aan een informatieboekje waarin ook de geschiedenis van het Merwedekanaal beschreven wordt (bijvoorbeeld door het bestaande werk van Passie voor Utrecht) en waarin een strippenkaart zit die je uitnodigt om alle horecaondernemers uit de buurt te bezoeken (idee via Bo Zwarts, LEF koffiecoöp). Daarnaast worden uiteraard nieuwe woningen en andere ruimtes aangeboden, is er plek voor meer ideeën van ondernemers en buurtorganisaties en worden toekomstige ontwikkelingen aangekondigd. Dit is niet alleen het vermarkten van het gebied, maar ook informatief voor bewoners en omwonenden, leuk en vooral gezamenlijk vormgegeven. Genoeg ideeën voor de komende tijd.

CI – Connected Identity  verbindt mensen met elkaar en aan hun locatie.

Een goede omschrijving van het gehele project Meer Merwede is in juni 2014 geschreven door Lotte Zaaier op Postplanjer.nl.

Foto’s: Dennis Hofstee en Rodoël John Rooi
Tekeningen: Yvonne Keesman

Wij gaan op kantorenjacht

Frustratieinspiratie X. Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is het het grote verschil tussen vraag en aanbod. Veel mensen zijn op zoek naar betaalbare ruimte om te werken of te wonen. Pas na een lang traject ontdekken zij dat het aanbod en de mogelijkheden daarbinnen niet aansluit(en) bij hun behoeften. Om moedeloos van te worden! Het kantoor staat symbool in deze blog.

Illustraties door: Katja Fred

We gaan op kantorenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
We zijn niet bang.

O jee! Een makelaar.
Een gladde, duistere makelaar.
We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er dwars doorheen!

Glibberde glib, glibberde glib, glibberde glib.

makelaar
We gaan op kantorenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
We zijn niet bang.

O jee! Een ambtenaar.
Een wollige, ondoorzichtige ambtenaar.
We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er dwars doorheen!

Praterde praat, praterde praat, praterde praat.
ambtenaar

We gaan op kantorenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
We zijn niet bang.

O jee! Een eigenaar.
Een onderhandelende, gierige eigenaar.
We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er dwars doorheen!

Klaperde klap, klapperde klap, kapperde klap.
eigenaar

We gaan op kantorenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
We zijn niet bang.

O jee! Regels.
Langdradige, ingewikkelde regels.
We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er dwars doorheen!

Breierde brei, breierde brei, breierde brei.
regels
We gaan op kantorenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
We zijn niet bang.

O jee! Een grijs gebied.
Een eindeloos, vaag grijs gebied.
We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
We moeten er dwars doorheen!

Zweeferde zweef, zweeferde zweef, zweeferde zweef.
grijs
Een reusachtige, glimmende gevel.
Tweehonderd kleine, verstikkende hokjes.
Tweeduizend lage, vieze plafondplaten.
Een kantoor!

Vlug, door het grijze gebied terug.
Zweeferde zweef, zweeferde zweef.

Terug door de regels!
Breierde brei! Breierde brei!

Terug door de eigenaar!
Klapperde klap! Klapperde klap!

Terug door de ambtenaar!
Praterde praat! Praterde praat!

Terug door de makelaar!
Glibberde glib! Glibberde glib!
kantoor
Naar onze voordeur.
Open met die deur!
Hop! De trap op.

O nee toch!
Sleutel niet teruggegeven!
Paf! De trap af!

Sleutel weg.
Trap weer op.
Werkkamer in.

Aan het werk.
Weggekropen achter de laptop.
thuis

Nóóit meer gaan wij op kantorenjacht!

Deze blog is gebaseerd op het boek Wij gaan op berenjacht van Helen Oxenbury en Michael Rosen (Nederlandse tekst: Ernst van Altena). Mijn favoriete kinderboek. Hopelijk vinden ze het goed dat ik hun tekst deels overgenomen heb.

Een stad om in te bewegen

Ruimte en gezondheid gaan hand in hand. Dat werd duidelijk tijdens het congres ‘Ruimte voor gezondheid’ in Groningen. En er is op dat gebied werk aan de winkel voor Nederlandse ruimtemensen. Want waar eind 19e eeuw het riool ons van de ‘tering’ redde, kan een gezonde stad ons nu afhelpen van obesitas en stress. Niet door radicale veranderingen, maar met kleine ruimtelijke en organisatorische aanpassingen die beweging stimuleren. Als subtiele verleiders moeten we tekeer gaan bij de doorontwikkeling van onze omgeving.

Deze blog verscheen eerder op Ruimtevolk

Obesitas, stress en de stad
Toen de auto de stad veroverde, veranderde de infrastructuur in ongezonde richting. De tussen werk en woning heen-en-weer pendelende automobilisten kregen steeds minder beweging en veroorzaakten een benauwde stad. Daar bovenop kwam ook nog de introductie van fast food. Deze combinatie heeft er mede toe geleid dat we nu kampen met een nieuwe epidemie: obesitas.

Maar dat is niet de enige ziekte die samenhangt met een ongezonde stad. Dankzij automatisering en het internet kunnen we overal werken. Handig en snel, maar het brengt een maatschappelijk probleem met zich mee: stress. Ook hier speelt ruimte een rol. Uit onderzoek van Agnes van den Berg blijkt dat veel mensen rustiger worden als zij (imitatie)natuur zien.

Obesitas en stress zijn de tuberculose van onze tijd. Maar nu is een fysieke aanpassing – zoals de introductie van het riool – niet de enige oplossing. Die ligt ook bij de inwoners van steden. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om gezonder te eten en meer te bewegen. De vraag is wat wij als ruimtemensen kunnen betekenen om stedelingen te stimuleren gezonder te leven. Hoe kunnen we de stad zo doorontwikkelen dat zij haar inwoners verleidt om meer te bewegen en te sporten? En waar ligt de grens tussen verleiden en forceren? Het antwoord op deze vragen vond ik op het congres Ruimte voor gezondheid en bij de voorbereiding de Meer Merwede bijeenkomst Sport en Wonen.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Bewegen: forceren of verleiden?
Menno Moerman vertelde dat er in steden veel te winnen is in de dagelijkse bewegingen. Van en naar school en ons werk, via de supermarkt en andere voorzieningen. Uit het onderzoek ‘De gezonde wijk’ waaraan hij meewerkte, zijn verschillende ideeën ontstaan om mensen meer te laten bewegen in hun wijk. Enkele tips:

– Vergroot de afstand naar de auto’s. Hierdoor wandel je meer en pak je sneller de fiets voor kleinere afstanden.
– Zorg voor variatie in de woonomgeving. Variatie ervaart men vaker bij laagbouw; verschillende tuinen en huizen. Dit laat je denken dat afstanden kleiner zijn waardoor je sneller wandelt of fietst.
Zorg dat zo veel mogelijk mensen op wandel- en fietsafstand wonen van voorzieningen, werk en scholen. Dit kan bijvoorbeeld door de dichtheid te verhogen en voorzieningen te spreiden.
– Vergroot de aantrekkelijkheid van wandel- en fietspaden en verlaag die van de autowegen. Bijvoorbeeld door autovrije en -arme routes aan te leggen, stoplichten voor fietsers sneller op groen te laten gaan (bij regen) en wandel- en fietspaden te vergroenen.

– Doe iets extra’s, iets leuks voor fietsers. Zoals een fietspomp aan fietsnietjes.
– Maak de trap aantrekkelijker dan de roltrap of lift. Bijvoorbeeld met een pianotrap.

Zien sporten doet sporten
Daniel Casas Valle en Vincent Kompier hebben onderzoek gedaan naar sport in de stad. Zij vroegen zich af hoe je sport aantrekkelijker kan maken en dichter bij de mensen kunt brengen. Hierdoor groeit de sportparticipatie indirect. Zo kan sport ook worden gebruikt om stedelijke ontmoetingsplekken te maken of te versterken. De onderzoekers zochten goede voorbeelden in verschillende Europese steden. Wie sporten wil bevorderen, zo blijkt, moet sport zichtbaar maken en combineren met andere programma’s uit de omgeving, zoals winkels, horeca, cultuur en onderwijs. Want zoals zien kopen doet kopen, geldt ook dat zien sporten doet sporten.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Verleidelijk en gezond
De monofunctionele stad is afschuwwekkend en ongezond. Deze stad is een gevaar voor de stedeling. Haar tegenhanger is de multifunctionele stad. Zij is verleidelijk en gezond. De gezonde stad is onder andere een stad om in te bewegen. Een stad waarin fysieke diversiteit en groen de mensen verleidt tot gezond gedrag.

Diversiteit in de woonomgeving stimuleert mensen om meer te wandelen en te fietsen, omdat afstanden kleiner lijken. Als er in de buurt geen bestemmingen zijn, is er ook nauwelijks beweging. Hetzelfde geldt voor sportlocaties: zonder verenigingen, wedstrijden of evenementen worden deze minder gebruikt. Om een plek meer bekendheid te geven en het gebruik ervan te stimuleren is een programma nodig. Met gebeurtenissen creëer je belevingen. Een programma komt in het nieuws, maakt reclame en keert vooral regelmatig terug; het zorgt voor een continu gebruik van de plekken.  Bovendien, concluderen de onderzoekers van ‘Sport in the City’, zijn verschillende programma’s te combineren op één plek. Op een sportveld kan ook een band optreden of is plek voor een buurtmarkt. Dit betekent dat ook een organisatorisch aspect komt kijken bij de programmering van een plek.

Gezond is de stad waarin multifunctionaliteit zich vertaalt in activiteitenprogramma’s die regelmatig ontmoetingen teweegbrengen. Juist ook in de openbare ruimte, zoals Donica Buisman ons leert in haar blog ‘Van niemand en iedereen tegelijk’. Ontmoetingen die zijn gekoppeld aan een plek, maken dat een plek een betekenis krijgt voor haar bezoekers; zij beleven er, ontmoeten er en keren er regelmatig terug.

Want dat is verleiden: uitnodigen tot aanraking, ontmoeting en beleving.

Kruisbestuiving tussen sport en cultuur in de stad

Selfmade economy is het thema van Culturele Zondag Utrecht, eind mei 2014. Meer Merwede is gevraagd om het onderdeel ‘sport´ in te vullen. Dit doen wij graag, want er zijn veel bijzondere sporten in Merwede. Denk aan Skatepark Utrecht, Boulderhal Sterk en Circus DIEDOM. We gingen aan de slag en zochten naar trends in de sport. We kwamen op de kruisbestuiving tussen cultuur en sport en raakten hierdoor in de war. Sport is geen overkoepelend thema in een gemixt gebied. Sport is onderdeel van ons parcours door de stad en in onze tijdbesteding.

Maar hoe is dit zo gekomen? Waarom is sport geen apart onderdeel meer in ons leven en in de stad? We gingen op onderzoek uit en schrijven deze verschuiving toe aan de individualisering, de keuzevrijheid, maar ook aan het feit dat ons werk- en privéleven steeds meer overlap kent.

Vrijetijdsbesteding
Eerst even het ontstaan van sport in de stad. We raadpleegden een boek dat we ontvingen van het Mulier instituut in Utrecht: ‘Sport in de stad’. Zij omschrijven sport als volgt: ‘Sport is een door de burgers zelf georganiseerde vorm van vrijetijdsbesteding, waar de overheid pas ten tijde van de verzorgingsstaat serieuze bemoeienis mee heeft gekregen.’ Van oorsprong is sport dus georganiseerd zoals in Merwede: sporters creëren hun eigen omgeving.

Ook het enthousiasme van ondernemers dat leidt tot meer deelnemers aan de sport komt terug in het boek: ‘Verder leert deze geschiedenis ons dat veranderingen in de spelvorm, de sociale positie van de deelnemers en de aantallen deelnemers, samenhangen met zowel wijdere maatschappelijke ontwikkelingen, als met acties van eenlingen, ondernemers en liefhebbers. Zoals kolonel Wingfield, aan wie de vormgeving van het moderne tennis rond 1880 meestal wordt toegeschreven.’ (Sport in de stad, Van den Heuvel, Hoekman en Van der Poel, 2011)

Sport wordt omschreven als een vrijetijdsbesteding, die dankzij enthousiaste (sportende) ondernemers bekendheid en populariteit verdient.

Vervaging werk en vrije tijd
Maar nu, in het begin van de 21ste eeuw, is sport meer dan alleen een vrijetijdsbesteding. Je sport is een onderdeel van je identiteit: je bent bijvoorbeeld niet alleen docent, maar ook zwemmer als zwemmen je sport is. Lang niet iedereen werkt vijf dagen per week van negen tot vijf. Steeds meer mensen hebben wisselende werktijden en daarom kunnen sporten steeds vaker de hele dag door beoefend worden.

Sinds de opkomst van de belevingseconomie aan het eind van de 20ste eeuw hebben bovendien steeds meer mensen hun werk gemaakt van sport en spel. Het aanbieden van sport is niet meer alleen door vrijwilligers, maar steeds meer door ondernemers georganiseerd.

Individualisering
Je sport is ook onderdeel van je sociale omgeving: van je netwerk. We hebben meer vrije tijd dan ooit en die besteden we niet aan sporten alleen. Iedereen heeft zijn eigen parcours door de stad van de dingen die hij of zij doet. Dingen die je identiteit vormen. Dit verbindt personen aan verschillende communities. Het ene moment ben je voetballer en het volgende moment zit je in het filmhuis of game je met je vrienden. Verschillende activiteiten waarmee individuen hun diversiteit uiten.

Deze keuzevrijheid bevordert onze individualiteit en maakt onze identiteit flexibel: we kiezen wie we zijn en veranderen dit wanneer we willen. Maar hierdoor dreigt volgens mij ook eenzaamheid. We horen overal een beetje bij en kunnen op iedereen een beetje steunen. Maar het zijn los-vaste netwerken.

Trend: kruisbestuiving sport en cultuur
Misschien komt daar de kruisbestuiving tussen kunst, cultuur en sport vandaan. Door verschillende typen ontmoetingen in je parcours door de stad te combineren, heb je een meer solide netwerk op één plek en met dezelfde mensen.

We zagen de trend van kruisbestuiving tussen sport en cultuur bij de sportorganisaties in Merwede en legden deze voor aan het Mulier instituut. Skaters organiseren regelmatig evenementen die gekoppeld zijn aan muziek. ‘Vaak punkrock, maar ook hip-hop is tegenwoordig populair onder skaters’, vertelde skater Lars Roon ons. En de boulderhal heeft een vintage zithoek en serveert cappuccino’s, taart en een daghap. Geen typische sportkantine. Koen Breedveld en Remco Hoekman bevestigden dat de overlap tussen sport en cultuur groeit.

Remco Hoekman vertelde ons dat deze kruisbestuiving ook een middel kan zijn om sporten in de stad te stimuleren. “Door de sport op te nemen in een subcultuur en te combineren met kunst en cultuur, stimuleer je een grote groep mensen om meer te sporten.”

Samenspel
Deze kruisbestuiving maakt dat dit type sport geen apart onderdeel meer is van de stad. Sporten zoals skaten en boulderen, maar bijvoorbeeld ook circus, BMX-en, bootcamp en beachvolleybal zijn deelnemer van een samenspel tussen culturele plekken, horeca en misschien ook winkels. Incidenteel zijn er nog de hardloopwedstrijden die gekoppeld worden aan cultuur zoals de Color Run en Electric Run. Sport is ook cultuur en geen onderdeel, maar een ingrediënt van ons leven in de stad.

 

Economie en samenleving aan de keukentafel

Frustratieinspiratie IX Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is het de hoop op een economie die groeit. Alsof we allemaal wachten tot alles weer wordt zoals het was. We moeten vooruit kijken en vernieuwing aandurven!

Economische groei
´De economie herstelt. We kunnen weer meer groei verwachten in Nederland.´ Dit nieuws verscheen halverwege december 2013 in diverse media. Gelukkig precies voor de kerst. Wat een opluchting.

Het was nieuws dat onze keukentafel bereikte. Na de kerst pas, maar toch. Ik stoor me aan dit soort berichten en reageerde hetzelfde als vorig jaar, toen de vooruitzichten nog wat soberder waren. ‘Hoe kunnen we een groeiende economie verwachten wanneer de bevolkingsgroei daalt? Dat rollende geld dat onze minister president zo graag ziet wordt echt niet meer met minder mensen. Tenzij hij schulden meent.’ Ik weet niet of wat ik zei waar is, maar het klinkt zo logisch. Aan het eind van 2013 leerde ik bovendien tijdens een presentatie van het Planbureau voor de Leefomgeving dat alleen immigranten de bevolkingsgroei in stand kunnen houden.

Intolerantie
Nou, dan was er bij ons aan de keukentafel nog wel een conclusie te trekken over 2013: ‘racisme en intolerantie groeit’. We hadden de dag ervoor nog naar Jeroen Pauw gekeken die mevrouw Agema van de PVV interviewde. Fleur (zo wilde zij het liefst genoemd worden) zei: ‘we mogen geen intolerantie tolereren’. In mijn ogen haar enige wijze woorden in dit interview. Want gelijk heeft ze! Jammer alleen dat juist haar partij, met groeiende aanhang, zo weinig weet te tolereren. Economische groei lijken we dus wel te kunnen vergeten in Nederland.

Krimp
Mijn zus reageerde dat zij voor krimp of crisis niet bang is, maar wel vreest dat het verschil tussen arm en rijk groeit. Deze vrees deel ik met haar. Ik voel me er zelfs dikwijls voor gewaarschuwd vanuit mijn project ‘Meer Merwede’. Als initiatiefnemer pleit ik er samen met collega’s voor dat ondernemende burgers zelf mee kunnen werken aan het verbeteren van hun eigen omgeving. Maar niet iedere burger heeft de mogelijkheid om ondernemend te zijn, vooral armere mensen zijn vaker afhankelijk van anderen. Hoe zorg je voor gelijkheid in een samenleving waarin initiatieven een plek krijgen?

Participatiesamenleving
Weer een keukentafelgesprek: de koning. Ook hem hadden we op tv gezien, want na zijn eerste toespraak tijdens Prinsjesdag, was het nu tijd voor zijn eerste kersttoespraak. Een persoonlijke noot over samenzijn. Diverse media grepen terug naar zijn woord in september: ‘participatiesamenleving’. Een gevaar voor segregatie, hoor je vaak als terechte waarschuwing. Maar ook een kans voor de economie die steeds minder groeit en vooral een kans voor een nieuwe samenleving. De netwerksamenleving.

Inspectie van eerlijke welvaart
Ik dwaal af en vraag me af wat wij als burgers zelf kunnen. Kunnen wij rijkdom zelf eerlijk verdelen en kunnen wij hiermee zelf deze rol van de overheid overnemen? Maar mensen zijn zo fout als ze goed zijn. Zou de overheid dan alleen een controlerend orgaan moeten zijn? Een inspectie van eerlijke welvaart misschien? Ik eindig 2013 met dagdromen en vooruit kijken.

Categorieen

Recent

Tags

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger