Blog

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Vorm volgt functie volgt moraal

NB: ‘gebruiker’ kan in sommige gevallen ook als ‘opdrachtgever’ gelezen worden, afhankelijk van de initiator en de keuze voor een aanbodgerichte, of vraaggerichte aanpak. Ik stel, want ik vind, dat een architect per definitie moet luisteren naar de gebruiker.

architectuur is een medium
‘Tot aan de jaren ’80 volgde vorm functie’, zo leerde Harm Tilman mij tijdens ons gesprek op tweeëntwintig maart jongstleden. Ik zat met de hoofdredacteur van ‘de Architect’ om tafel en we hadden het over de toegevoegde waarde van de architectuur: over architectuur als medium.

Architectuur is altijd al een medium geweest. Een gebouw is immers een vertaling van de behoefte van de gebruiker (het programma van eisen); vorm volgt functie. Het medium architectuur is niet alleen geschikt om te communiceren tussen functie en vorm, de architect gebruikt het ook om te bemiddelen tussen de abstracte behoefte en de concrete vraag. De abstracte behoefte is het gevoel dat de gebruiker wil hebben bij zijn gebouw: wil de gebruiker geborgenheid voelen, of juist een zakelijke sfeer ontvangen? Architectuur bemiddelt tussen deze wens, de (on)mogelijkheden en de esthetische waarde.

Communicatiestromen
‘Een van de bijzondere aspecten van de architect is zijn positie tussen die van kunstenaar en ingenieur in’ (Ontwerp/proces, Alijd van Doorn, 2005, p. 27, uit Eekhout 2007). De kunstenaar in de architect maakt het (esthetische) ontwerp naar aanleiding van de abstracte behoefte en de ingenieur koppelt deze met de concrete vraag.

Voor het concrete gedeelte bestaat een handig communicatiemiddel. Het heet BIM, Bouw Informatie Modellering. BIM is een digitaal 3D gebouwmodel waarin alle betrokken partijen werken met dezelfde informatie en dus van elkaar zien wat er gebeurt. Er is één ‘maar’ bij BIM: begin er niet te vroeg mee. ‘Theoretisch dwingt BIM je om vanaf het begin precies te zijn.’ Aldus Harm Tilman (2011). Ontwerpmanagement is een creatief proces en creativiteit heeft een voorwaarden scheppend karakter (Alijd van Doorn, 2005). Tijdens een creatief proces, zo wordt de studenten van de HKU geleerd, moet je nog niet naar eventuele obstakels kijken. Het boek Creativiteit Hoe? Zo! bevestigt dit, want wanneer je een creatief proces insptapt bekijk je het onderwerp van drie kanten: ‘voelen, denken en willen’. Het woord ‘kunnen’ staat er nog niet bij. De gouden regel van creativiteit is dan ook: ‘Alle ideeën zijn welkom.’ (p. 107, Igor Byttebier). Dat het concretiseren; het precies zijn en dus het BIM gebruiken, pas later aan de orde is, moge duidelijk zijn. Creativiteit zorgt voor oplossingsgericht werken en je raakt hierdoor niet verstrikt in beperkte mogelijkheden. Dit creatieve proces is de abstracte communicatiestroom. Het is een kunst. Deze communicatiestroom is, lijkt mij, de koppeling tussen de onuitgesproken wens, de (on)mogelijkheden en het esthetische. De architectuur vertelt hierin het verhaal van de gebruiker met het communicatiemiddel ‘vorm’. Conceptueel moet het vehaal sterk zijn, en de moraal van dit verhaal moet passen bij de cultuur van de gebruikers en de omgeving.

De moraal
Architectuur is dus een medium, omdat het niet alleen voldoet aan een conrete vraag, maar ook een verhaal vertelt waarin een moraal centraal staat. Omdat deze moraal gecreëerd is uit de bestaande cultuur van de gebruikers en de omgeving, leg ik een link met het ui-model (Sanders en Nuijen, 1999).

Het ui-model is een hulpmiddel om een cultuur ‘te pellen’. Want wat is ‘cultuur’? Volgens het ui-model behelst cultuur (van buiten naar binnen) het gedrag en de gewoonten, de symbolen en mythen, de waarden en normen en de ‘basisassumpties’. Vertaald naar architectuur zijn de symbolen en mythen het verhaal en de waarden en normen de moraal. De basisassumpties vormen de identiteit van een gebouw. De architect vertaalt dus het verhaal dat vormgeeft aan de identiteit. Dit verhaal voldoet aan de normen en waarden en past bij de uitingen van zowel de gebruikers als de omgeving.

Harm Tilman leerde me dat architectuur, naast ‘vorm volgt functie’, een derde component heeft. Namelijk architectuur als antwoord op een maatschappelijke vraag. Hij zegt hierbij dat de gebruiker betekenis hecht aan natuur, gemeenschap, maatschappij en toekomst. Mijns inziens is dit de moraal van onze tijdsgeest. We zitten nu immers in een ethiek-tijdvlak: een periode van oprechtheid en verantwoordelijkheid (H.P. Brandt, De expressieve organisatie, 2005). Het nieuwe model voor architectuur is hierom: ‘vorm volgt functie volgt moraal’.

Identiteit en locatiemarketing
Als architectuur de identiteit van een locatie vertaalt, is het de rol van de marketeer om dit verhaal te vermarkten. Het is de bedoeling dat meer mensen de locatie kunnen vinden en dat degenen die vinden dat zij ‘passen’ bij de locatie zich kunnen aansluiten: gebruikers kunnen worden. In mijn scriptie ga ik daarom in op het begrip ‘locatiemarketing’. Locatiemarketing zorgt dat een locatie vindbaar is en herinnert wordt. Ik onderzoek ook de mond-tot-mond reclame bij locatiemarketing. Dit doorvertel-proces is onderdeel van de vorming van het ‘gebruikersnetwerk’. Eind juni zet ik mijn scriptie online, voor iedereen om te lezen en geschreven voor de locatiemarketeer (in eerste instantie voor mezelf, om eerlijk te zijn).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deel dit:

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger