Blog - Netwerksamenleving

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Organiseer organische gebiedsontwikkeling in de Merwedekanaalzone

Illustraties door Cliff van Thillo

De afgelopen vijf jaar hebben we met Meer Merwede gewerkt aan de gezamenlijke gebiedsaanpak van Merwede, onderdeel van de Merwedekanaalzone in Utrecht. Ons doel was het aanjagen van de transformatie, het gebied op de kaart, en het ondersteunen van de gezamenlijke gebiedsaanpak: het samen stadmaken.

Deze aanpak was organisch te noemen. Middels evenementen, nieuwsberichten en social media benadrukten we bestaande kwaliteiten. De focus lag hierin op oude en nieuwe gebruikers en plekken die elkaar versterken en aanvullen. Bijeenkomsten waren er voor de verschillende belanghebbenden die op elkaar reageerden en zo de inhoud vormden van het ontwikkelperspectief en de ontwikkelambitie van het gebied. Belanghebbenden die ook samen gingen werken: ontwikkelaars gingen met elkaar en met verschillende gebiedsgebruikers om tafel en die gebruikers ook weer met elkaar. Er zijn gesprekken en plannen ontstaan waardoor belanghebbenden, stapsgewijs en samen, het gebied transformeren.

Ondertussen heeft het college in 2014 het coalitieakkoord Utrecht maken we samen gemaakt en in 2016 nam de Utrechtse gemeenteraad de motie Samen stadmaken aan. De transformatie is gaande en samen stadmaken is een feit. Ons doel is bereikt. Tijd om te stoppen met Meer Merwede.

Lees ook: Organische gebiedsontwikkeling, juist niet loslaten

Maar we durven nog niet los te laten. We zijn niet zeker van het vervolg van deze, eigenlijk nu al niet meer, organische gebiedsontwikkeling. De opgave lijkt te groot voor een organische aanpak. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (2016) kiest de gemeenteraad voor een ambitie om zes tot tienduizend woningen toe te voegen tussen de Mr Tellegenlaan en de A12 vóór 2030. De gemeente moet daarom ook een Milieu Effect Rapportage opstellen (MER): de voorwaarden waaronder deze ambitie uit te voeren is. In een omgevingsvisie worden de plannen nu verder uitgewerkt voor een groot deel van de Merwedekanaalzone. Vanaf Villa Jongerius tot aan de snelweg, bij de grens met Nieuwegein. En er is haast: zonder vastgestelde Omgevingsvisie en MER kan geen enkel bestemmingsplan worden gewijzigd en staan projecten, zoals Defensieterrein, Eendrachtslaan en de mogelijke vestiging van Holland Casino in de wacht.

Ik heb gezegd voor deze omgevingsvisie een alinea te schrijven over de gezamenlijke en organische gebiedsaanpak en hoe we deze door kunnen zetten in deze grote gebiedsontwikkeling naar misschien wel de meest hoogstedelijke wijk van Utrecht.

Organische gebiedsontwikkeling is te organiseren in de Merwedekanaalzone. Hieronder heb ik een aantal acties opgeschreven die organische gebiedsontwikkeling kunnen ondersteunen bij grootstedelijke opgaven. Deze zal ik voor de omgevingsvisie exact zal toespitsen op de Merwedekanaalzone (hier te downloaden zodra deze openbaar is). Acties die we kunnen ondernemen in Utrecht om de organische gebiedsontwikkeling, voor zover mijn inzicht reikt, zo goed als mogelijk door te voeren in de Merwedekanaalzone. Overigens is een deel hiervan al opgepakt door zowel gemeente als diverse belanghebbenden. 

 

FASEER DE ONTWIKKELINGEN

  • Deel het gebied op in fasen waarin ontwikkeld wordt.
    De fasering wordt besloten aan de hand van overleg met belanghebbenden, het succes van de huidige architectuur en programmering en belemmeringen die opgelost moeten worden.
  • Geef (hiermee) duidelijkheid aan initiatiefnemers.
    Zowel ontwikkelaars als (tijdelijke) gebruikers van een plek hebben baat bij duidelijkheid. Zodra zij weten wanneer de ontwikkeling kan beginnen, kunnen zij investeren in de tussentijd en de toekomst.
  • Investeer voor in de openbare ruimte.
    Leg de eerste (en bruikbare) openbare ruimte vast aan. Denk hierbij aan een park, bomenlaan of vriendelijke en aantrekkelijke oever.
  • Maak een kwaliteitskader en stel een intervisor in.
    Met een kwaliteitskader kun je per ontwikkeling de rest van de openbare ruimte en aangrenzende infrastructuur aanpakken. De intervisor zorgt er gedurende de jaren voor dat de beoogde kwaliteit bewaakt wordt.


PROGRAMMEER TIJDELIJKHEID EN INCLUSIVITEIT

  • Stel eisen aan de inclusieve stad.
    Door afspraken te maken over de verdeling sociaal, vrije sector en koop bij woningen en maatschappelijk, creatief en commercieel bij niet-wonen geef je haalbare kaders aan voor de inclusieve stad. (Nu doen we het vaak met een ambitie of streven af.)
  • Programmeer tijdelijk gebruik.
    En geef succesvolle tijdelijke initiatieven en ondernemers een plek in de ontwikkelingen, voor een prijs die bij hen past, mits het binnen de afgesproken verdeling voor de inclusieve stad past.
  • Geef het gebruik van de toekomst nu al een plek.
    Denk hierbij aan deelauto’s, (de start van) een duurzame energiearchitectuur, maar ook voorzieningen zoals een flexwerkplek, koffiebar met wasserette of een deelkelder.

Lees ook: Alleen de vastgoedmarkt kan Utrecht redden (als de politiek dat wil)

 

BEHOUD EN VERGROOT BESTAANDE KWALITEITEN VOOR HERKENBARE IDENTITEIT

  • Behoud historische kenmerken.
    Zichtbare of zichtbaar gemaakte kenmerken uit de geschiedenis vertellen het verhaal van de plek en zijn onderdeel van de identiteit. Door deze te behouden en in nieuwe ontwikkelingen te refereren aan de geschiedenis, vergroot je de herkenbaarheid van het gebied.
  • Bijzondere functies met een positieve vibe
    Ook de bestaande functies zijn onderdeel van de identiteit van het gebied. Behoud degene die een positieve invloed hebben op de wijk en stad. Niet de kerncentrales en tippelzones, maar wel een koekjesfabrieken en pottenbakkers.
  • Behoud architectuur uit zoveel mogelijk tijden.
    Ook architectuur vertelt het verhaal van het verleden. Behoud zoveel mogelijk stijlen voor de diversiteit en een zo compleet mogelijk verhaal. Ook wat gebouwen uit de jaren ’70 en ’80.
  • Creëer de nieuwe openbare ruimte zoveel mogelijk vanuit de bestaande.
    Denk aan het behoud van water, bomen en bijzondere planten. Maar ook de routes die mens en dier hebben door de groenstructuur in het gebied: verbeter deze vanuit bestaande kwaliteiten.

 

 

CO-CREËER DE OPENBARE RUIMTE EN GEBOUWDE OMGEVING

  • Betrek bewoners en organisaties uit de buurt bij het ontwerpen en invullen van de openbare ruimte.
    Door de omgeving samen met de eindgebruiker vorm te geven, is deze beter afgestemd op hun wensen en het type gebruik, maar ook biedt het de kans om een collectief te vormen voor het beheer en onderhoud. Wat weer kansen biedt voor de sociale cohesie.
  • Maak onontworpen ruimtes.
    De openbare ruimte en gebouwde omgeving moet juist niet 100% af zijn na ontwikkeling. Laat ook ruimte open voor onvoorziene functies en geef de nieuwe bewoners en gebruikers van het gebied de gelegenheid om zelf iets toe te voegen aan de openbare ruimte.
  • Laat grote en kleine(re) partijen samenwerken aan de gebiedsontwikkeling.
    Hiermee biedt je ruimte voor CPO en andersoortige ontwikkelingen op kleine schaal. Zorg dat er zowel ruimte is om kleine stukken grond te kopen als binnen (op een verdieping van) appartementencomplexen mee te ontwikkelen.

 

 

Van initiatiefnemer tot instituut

‘Initiatiefnemer’ is een aanduiding voor iedereen die iets onderneemt, iets nieuws begint zonder opdrachtgever. Dikwijls zonder directe vraag. Initiatiefnemers hebben altijd bestaan, maar het aantal groeit nu significant. Dat hebben we te danken aan google. We hebben allemaal toegang tot alle kennis en leggen gemakkelijk contact met gelijkgestemden. Deze groeiende zwerm initiatiefnemers stormt op overheden af en zij hebben hun handen vol met goede ideeën die zij wel of geen plek moeten geven. Hoe om te gaan met deze veranderingen? 

Het ontstaan van de initiatiefnemer anno nu
Ik ben ook initiatiefnemer. In 2012 startte ik met Meer Merwede: een initiatief om de transformatie van een distributiegebied in het Zuiden van Utrecht aan te jagen middels een gezamenlijke gebiedsaanpak. Al snel was ik niet meer alleen. Samen met Floris Grondman als compagnon en Maurice Hengeveld als redacteur kreeg het initiatief verder vorm.

Als ik uit moet leggen waarom Floris en ik initiatief hebben genomen in Merwede, begin ik vaak over de netwerksamenleving. Een samenleving waarin de burger niet afhankelijk is van grote bedrijven en instituten en waarbij verantwoordelijkheid meer dan ooit bij het individu ligt. Simpelweg omdat kennis zo toegankelijk is. Via google kunnen we vrijwel alles te weten komen. We hoeven er niet meer voor naar school of naar een loket van één of andere instelling die zich verantwoordelijk voelt voor ons. En we hoeven al helemaal niet meer naar de kerk, zoals dat voor de verlichting ging, om kennis tot ons te nemen. Bij een God die verantwoordelijk is voor al dat ons overkomt. Na de Bijbel kwam het boek en na het boek kregen we google. Nu zijn we zelf verantwoordelijk voor de waarheid die we kiezen en voor de dingen die we doen. Die verantwoordelijkheid nemen wij door ons in te zetten voor onze stad met de kennis, het netwerk en middelen die voorhanden liggen.

Initiatiefnemer voor de overheid: samenwerken of loslaten?
Vooral overheden zie ik worstelen met ons. Wie is nu wel en geen initiatiefnemer? Met welke initiatiefnemer werk je wel en niet samen? Wie kan prima werken zonder de overheid en heeft alleen een vergunning nodig? Wie faciliteer je, met wie werk je samen en wie ondersteun je?

Koffiebar: faciliteren
Zo ben ik er achter gekomen dat iemand die een koffiebar wil beginnen op een kantoorlocatie, binnenkomt bij de gemeente als initiatiefnemer. Een heel team wordt aan het werk gezet omdat de afdeling vergunningen er niets mee kan. Kwestie van een nieuw of flexibel bestemmingsplan, zeg je met een beetje logisch nadenken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: voor de gemeente moet een manier van werken veranderen die al decennia lang vastgeroest zit. Bovendien kunnen horecaondernemers die op een B-locatie gaan zitten niet de 100 euro per vierkante meter per jaar betalen. Maar dit is steun die de eigenaar moet bieden naar gelang de meerwaarde die hij of zij inziet van de koffiebar.

Gebiedsontwikkelaar: samenwerken
Nieuw in initiatievenland is de gebiedsontwikkelaar zonder bezit en met verbindend vermogen. Deze komt niet bij de gemeente voor een vergunning, maar voor een samenwerking. Wat de gemeente namelijk al wel veranderd heeft is het ‘faciliteren’ van ontwikkelingen en transformaties. Per initiatief (de ontwikkelaars) wordt gekeken wat wel en niet kan. Sturen doen zij niet meer. Verbinding leggen met elkaar en de omgeving moet de markt zelf doen. Een logische verandering. Traditionele eigenaren en ontwikkelaars kunnen hier echter nog niets mee: zij willen op zijn minst weten wat wel en niet mag voordat zij investeren in nieuwe plannen. In dit gat, dat de gemeente eerst zelf invulde, springt de gebiedsontwikkelaar zonder bezit. Een brug tussen sturen en faciliteren. Daarom is samenwerken hier een logische reactie.

Woongroepen en broedplaatsen: ondersteunen
Er zijn veel groepen mensen die samen het vermogen hebben om een pand aan te kopen of te huren en op te knappen. Vaak oude fabrieks- of kantoorpanden. Ook hier vormt het bestemmingsplan een obstakel en ook zij komen binnen als initiatiefnemer. Meer terecht dan de koffiebar, want deze groepen hebben extra ondersteuning nodig. Zij hebben vaak minder vermogen dan ontwikkelaars die willen slopen en nieuwbouw willen plegen, of zij die zoveel mogelijk woningen in één pand realiseren. Daar tegenover staat dat dit soort groepen wel een grote bijdrage levert aan de sociale cohesie en vernieuwing van een buurt of gebied. In Utrecht zie je dit bij Buurland en Vechtclub XL. Zij komen in plaats van de gevestigde orde zoals woningbouwcoöperaties en (tijdelijke) huisvesters van creatieve bedrijvigheid. Ondernemingen die de gemeente altijd een plek heeft gegeven in de stad. Daarom pleit ik voor ondersteuning van dit soort initiatiefnemers.

Geïnstitutionaliseerde initiatiefnemers: zwermen
In Utrecht zijn er zo veel initiatiefnemers die een steeds grotere plek innemen naast bedrijven en de gemeente dat zij zwermen vormen. Een extra laag aan de publiek-private samenwerking. Het Utrechts Verbond en de Utrechtse Ruimtemakers zijn twee voorbeelden van zwermen ondernemende burgers die in los verband samenwerken. Er is geen aangewezen leider of bestuur. Wie de leiding neemt in een project of onderwerp, kan volgers krijgen en datgene waar de meeste energie naartoe gaat, wordt uitgevoerd. Dit maakt de zwerm soepel en toegankelijk voor nieuwe deelnemers aan de zwerm. We inspireren en motiveren elkaar en zijn een samenwerkings- en sparringpartner voor overheden en bedrijven.

De samenwerking tussen initiatiefnemers onderling en met overheden en bedrijven is een professionaliseringsslag die wenselijk is voor de levensvatbaarheid van initiatieven. Maar het is ook gevaarlijk voor de snelheid en openheid van het netwerk: hebben we straks een paar winnaars of een structuur waarbinnen voor iedereen goed samengewerkt kan worden? Hoe dan ook: de netwerksamenleving is aan het verklonteren. Of dit goed is of niet, laat ik nog even in het midden. Hierover gaat mijn volgende blog.

 

Couleur Locale: de Ruimteverkenning

In het Jaar van de Ruimte gaat een groep jonge ruimtemakers op zoek naar de ruimtelijke opgaven van de nabije toekomst. Hoe ziet Nederland eruit in 2040? De Ruimteverkenning van Couleur Locale en YURPS voert de deelnemers langs vijf regio’s met vijf karakters. De groep brengt de uitkomsten van deze verkenningen samen in een publicatie over ruimtelijke opgave van de toekomst.

Jaar van de Ruimte
In 2015 vindt het Jaar van de Ruimte. Onder het motto ‘Wie maakt Nederland?’ wordt een breed debat georganiseerd over de ruimtelijke toekomst van Nederland. Het doel is nieuwe perspectieven te ontwikkelen voor de leefomgeving. In het Jaar van de Ruimte wordt iedereen uitgenodigd om zijn of haar visie te geven. Om ook jonge ruimtemakers daarbij te betrekken organiseert Couleur Locale in samenwerking met YURPS een Ruimteverkenning.

Ruimteverkenning
De Ruimteverkenning is een zoektocht naar de ruimtelijke opgaven van de nabije toekomst – naar wat er speelt en wat er mogelijk is. Steeds meer lijkt Nederland een land te worden van verschillende snelheden. Van groei naast krimp. Tijdens de Ruimteverkenning zoomen we in op de regio en gaan we op zoek naar regionale verschillen. We gaan langs vijf regio’s met elk een eigen karakter, een eigen problematiek en een eigen ontwikkelingssnelheid. Wat betekenen de ontwikkelingen in de regio voor de ruimtelijke praktijk van de toekomst, zowel regionaal als nationaal? Wat wordt er gevraagd van ruimtemakers en welke oplossingsrichtingen zien we?

Programma: 5 excursies naar vijf regio’s
Van maart tot en met juli vinden er vijf excursies – iedere eerste vrijdag van de maand – plaats naar de regio’s Amsterdam, Parkstad, Twente, Eindhoven en Groningen. Elke bijeenkomst krijgt een ander thema. In Amsterdam kijken we naar de metropoolregio in internationaal perspectief, in Parkstad naar de zoektocht van de postindustriële regio, in Twente naar de samenwerking binnen een sociaal-culturele regio, in Eindhoven naar de continuering van de kennisregio en in Groningen naar het contrast tussen groeiende stad en krimpend ommeland. De bevindingen van de excursies worden in het najaar gedeeld en getoetst tijdens een reflectiebijeenkomst met andere vakgenoten en uiteindelijk verwerkt in een publicatie aan het einde van het jaar.

Deelnemen
De Ruimteverkenning biedt plaats aan 20 deelnemers onder de 35 jaar. De deelnemers hebben een groot aandeel in het proces en de uitkomsten van de Ruimteverkenning. Hun bevindingen en gedachten tijdens en na de bijeenkomsten vormen de basis voor de eindpublicatie. Deelnemen is kosteloos – reiskosten uitgezonderd – maar niet vrijblijvend. Er wordt verwacht dat je aan alle zes bijeenkomsten deelneemt en een actieve inbreng levert tijdens deze bijeenkomsten. Wat je voor je inzet terugkrijgt is een interessant inhoudelijk programma, een hoop nieuwe contacten en een aandeel in een mooie publicatie aan het einde van het Jaar van de Ruimte.Data
De excursies vinden plaats op de volgende data:

  • Amsterdam: vrijdag 6 maart
  • Parkstad Limburg: vrijdag 10 april
  • Twente: vrijdag 1 mei
  • Eindhoven: vrijdag 5 juni
  • Groningen: vrijdag 3 juli

Aanmelden
Tot 26 januari kun je je aanmelden middels het aanmeldformulier op Yurps.nl. Omdat een actieve deelname wordt verwacht, vragen we om een korte motivatie (in een paar zinnen). Bij meer dan 20 aanmeldingen maken we een selectie waarbij we rekening houden met de motivatie en de diversiteit – qua studies / functies – van de groep. Heb je aanvullende vragen, mail dan naar  info@ruimteverkenning.nl. En volg ons op Facebook voor verdere updates via  www.ruimteverkenning.nl of op Twitter via @CouleurLocaleNL!

Deze blog verscheen ook op Krisoosting.nl & Yurps.nl 

Kruisbestuiving tussen sport en cultuur in de stad

Selfmade economy is het thema van Culturele Zondag Utrecht, eind mei 2014. Meer Merwede is gevraagd om het onderdeel ‘sport´ in te vullen. Dit doen wij graag, want er zijn veel bijzondere sporten in Merwede. Denk aan Skatepark Utrecht, Boulderhal Sterk en Circus DIEDOM. We gingen aan de slag en zochten naar trends in de sport. We kwamen op de kruisbestuiving tussen cultuur en sport en raakten hierdoor in de war. Sport is geen overkoepelend thema in een gemixt gebied. Sport is onderdeel van ons parcours door de stad en in onze tijdbesteding.

Maar hoe is dit zo gekomen? Waarom is sport geen apart onderdeel meer in ons leven en in de stad? We gingen op onderzoek uit en schrijven deze verschuiving toe aan de individualisering, de keuzevrijheid, maar ook aan het feit dat ons werk- en privéleven steeds meer overlap kent.

Vrijetijdsbesteding
Eerst even het ontstaan van sport in de stad. We raadpleegden een boek dat we ontvingen van het Mulier instituut in Utrecht: ‘Sport in de stad’. Zij omschrijven sport als volgt: ‘Sport is een door de burgers zelf georganiseerde vorm van vrijetijdsbesteding, waar de overheid pas ten tijde van de verzorgingsstaat serieuze bemoeienis mee heeft gekregen.’ Van oorsprong is sport dus georganiseerd zoals in Merwede: sporters creëren hun eigen omgeving.

Ook het enthousiasme van ondernemers dat leidt tot meer deelnemers aan de sport komt terug in het boek: ‘Verder leert deze geschiedenis ons dat veranderingen in de spelvorm, de sociale positie van de deelnemers en de aantallen deelnemers, samenhangen met zowel wijdere maatschappelijke ontwikkelingen, als met acties van eenlingen, ondernemers en liefhebbers. Zoals kolonel Wingfield, aan wie de vormgeving van het moderne tennis rond 1880 meestal wordt toegeschreven.’ (Sport in de stad, Van den Heuvel, Hoekman en Van der Poel, 2011)

Sport wordt omschreven als een vrijetijdsbesteding, die dankzij enthousiaste (sportende) ondernemers bekendheid en populariteit verdient.

Vervaging werk en vrije tijd
Maar nu, in het begin van de 21ste eeuw, is sport meer dan alleen een vrijetijdsbesteding. Je sport is een onderdeel van je identiteit: je bent bijvoorbeeld niet alleen docent, maar ook zwemmer als zwemmen je sport is. Lang niet iedereen werkt vijf dagen per week van negen tot vijf. Steeds meer mensen hebben wisselende werktijden en daarom kunnen sporten steeds vaker de hele dag door beoefend worden.

Sinds de opkomst van de belevingseconomie aan het eind van de 20ste eeuw hebben bovendien steeds meer mensen hun werk gemaakt van sport en spel. Het aanbieden van sport is niet meer alleen door vrijwilligers, maar steeds meer door ondernemers georganiseerd.

Individualisering
Je sport is ook onderdeel van je sociale omgeving: van je netwerk. We hebben meer vrije tijd dan ooit en die besteden we niet aan sporten alleen. Iedereen heeft zijn eigen parcours door de stad van de dingen die hij of zij doet. Dingen die je identiteit vormen. Dit verbindt personen aan verschillende communities. Het ene moment ben je voetballer en het volgende moment zit je in het filmhuis of game je met je vrienden. Verschillende activiteiten waarmee individuen hun diversiteit uiten.

Deze keuzevrijheid bevordert onze individualiteit en maakt onze identiteit flexibel: we kiezen wie we zijn en veranderen dit wanneer we willen. Maar hierdoor dreigt volgens mij ook eenzaamheid. We horen overal een beetje bij en kunnen op iedereen een beetje steunen. Maar het zijn los-vaste netwerken.

Trend: kruisbestuiving sport en cultuur
Misschien komt daar de kruisbestuiving tussen kunst, cultuur en sport vandaan. Door verschillende typen ontmoetingen in je parcours door de stad te combineren, heb je een meer solide netwerk op één plek en met dezelfde mensen.

We zagen de trend van kruisbestuiving tussen sport en cultuur bij de sportorganisaties in Merwede en legden deze voor aan het Mulier instituut. Skaters organiseren regelmatig evenementen die gekoppeld zijn aan muziek. ‘Vaak punkrock, maar ook hip-hop is tegenwoordig populair onder skaters’, vertelde skater Lars Roon ons. En de boulderhal heeft een vintage zithoek en serveert cappuccino’s, taart en een daghap. Geen typische sportkantine. Koen Breedveld en Remco Hoekman bevestigden dat de overlap tussen sport en cultuur groeit.

Remco Hoekman vertelde ons dat deze kruisbestuiving ook een middel kan zijn om sporten in de stad te stimuleren. “Door de sport op te nemen in een subcultuur en te combineren met kunst en cultuur, stimuleer je een grote groep mensen om meer te sporten.”

Samenspel
Deze kruisbestuiving maakt dat dit type sport geen apart onderdeel meer is van de stad. Sporten zoals skaten en boulderen, maar bijvoorbeeld ook circus, BMX-en, bootcamp en beachvolleybal zijn deelnemer van een samenspel tussen culturele plekken, horeca en misschien ook winkels. Incidenteel zijn er nog de hardloopwedstrijden die gekoppeld worden aan cultuur zoals de Color Run en Electric Run. Sport is ook cultuur en geen onderdeel, maar een ingrediënt van ons leven in de stad.

 

Het nieuwe werklandschap vindt oorsprong in sociaal design

Sociaal design is een reactie van productontwerpers op de veranderende samenleving. Het werklandschap dat hieruit ontstaat werkt goed in een kleinschalige economie, omdat daarin de lijntjes tussen maker en gebruiker kort zijn. Behoeften worden hierdoor gemakkelijker ontdekt. Het nieuwe werklandschap biedt ruimte aan monofunctionele schuurtjes en veelzijdige democratische plekken.

Sociaal design is ontwerpen naar behoefte in plaats van produceren naar vraag. Het kan een kunstwerk zijn dat een maatschappelijke kwestie verbeeldt, zoals Pole dance van So-il de fragiliteit van de economie uitlegt in de binnentuin van het Mo-ma. Het kan ook een schoenmaker zijn die aan de slijtage van jouw schoen ziet hoe je loopt en welke schoenzool het beste bij je past. Sociaal design is kunst en ambacht.

Gepensioneerde robot
Productontwerper Jurgen Bey houdt tijdens het symposium ‘Het nieuwe werklandschap’, dat Utrecht Manifest eind juni organiseerde, een interessante presentatie over de werk- en leefomgeving rondom sociaal design. Hij legt uit dat veel mensen hun werkweek als een robot doorbrengen om letterlijk naar het weekend toe te werken. Dit is nog een nasleep van de industriële economie waarin massaproductie en –consumptie de overhand hadden. Deze tijd is echter voorbij. Bey illustreert dit met een gepensioneerde robot die het logo van Utrecht Manifest op een muur spuit. De gepensioneerde robot staat symbool voor een nieuw tijdperk. Sociaal design reageert op de veranderingen in aanloop naar dit nieuwe tijdperk. Open gildes Sociaal design is maatwerk en maatwerk vraagt om getalenteerde ambachtslieden. Werk- en leerplekken zullen hierdoor veranderen naar iets dat vooral lijkt op een open versie van gildes. In open gildes worden talenten ontdekt en vakken gepraktiseerd in een netwerk van leermeesters en leerlingen op alle niveaus. Op Rotsoord zijn verschillende open gildes in ontwikkeling. Het zijn schuurtjes. Schuurtjes, zo stelde Bey, worden sinds jaar en dag gebruikt voor liefhebberijen. Er zijn er ontelbaar veel omgetoverd tot klushokken en ateliers. Vaak verborgen achter schutting en heg. Op Rotsoord wordt de wijk binnenstebuiten gekeerd en komen de schuurtjes weer in het zicht.

Democratische plekken
Als tegenhanger van de monofunctionele schuurtjes zijn er democratische plekken. Democratische plekken zijn als een plein. Het zijn relatief neutrale plekken met verschillende voorzieningen die interactie veroorzaken. Het tankstation is een voorbeeld van een democratische plek op Rotsoord. Jurgen Bey legt uit dat dit zo is, omdat iedereen er kan komen en komt. Ontwerpers van Utrecht Manifest bedachten Carwash Mekka en hebben verschillende activiteiten toegevoegd aan het tanken. Zo kon je tijdens Beauty day je nagels lakken in de kleur van je auto, met het logo erbij en op Blessing day kon je in de wasstraat je reis laten zegenen door een beschermheilige. De diversiteit van de mensen die dagelijks het tankstation passeren werd door de extra activiteiten met een knipoog benadrukt.

Ruimte voor tijd
Een veranderende samenleving en economie lijkt stil te staan. Dit heeft een aantal voordelen. Ruimte wordt minder schaars en deze ruimte creëert tijd om stapsgewijs te ontwikkelen. Deze tijd wordt genoten bij de gebiedsontwikkeling in Rotsoord. Nu huisvesten de resten van de industriële economie zich er samen met de eerst ondernemers uit de creatieve economie. De ontwikkelaar Jebber wil het ondernemerschap geleidelijk laten groeien en vervolgens ook woningbouw toevoegen. De woningbouw verdicht het gebied, maar zal de kleinschalige bedrijvigheid geenszins vervangen.

Kwaliteitsverhoging
In het nieuwe werklandschap leven bewoners tussen de leer- en werkplakken. Andersom bevinden de open gildes zich tussen de gebruikers van hun producten en diensten. Directe interactie op democratische plekken met een programma verlaagt de drempel tot het ontwikkelen van talent en verhoogt de kwaliteit van sociaal design. Het nieuwe werklandschap is een combinatie van privéwoningen en -werkplekken met geprogrammeerde openbare ruimte en semi-openbare werkplekken.

Deze blog schreef ik voor De Architect van september 2012. De bovenstaande tekst is iets anders dan in De Architect.

Categorieen

Recent

Tags

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger