Blog - Frustratieinspiratie

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Rijksvastgoedmarkt

Frustratieinspiratie VIII Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is het de invloed van de overheid op de vastgoedmarkt. Het Rijk als voorbeeld, maar gemeenten oefenen natuurlijk ook veel invloed uit. 

Het rijk bezit 5.250.000 vierkante meter vastgoed. Zo’n twee derde hiervan is kantoor en de rest bestaat onder andere uit maatschappelijk vastgoed zoals musea en gevangenissen. Dit begreep ik uit de opdrachtomschrijving van de essaywedstrijd ‘Rendement op (rijks)vastgoed’ waar dit opiniestuk naartoe gezonden is. Het Rijk verstoort de vastgoedmarkt. Dat vind ik om twee redenen: zij handelt met belastinggeld in commercieel vastgoed en zij ontneemt de vastgoedmarkt een kans om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Hierom stel ik voor: verkoop vastgoed aan de vastgoedmarkt én aan de maatschappij zelf.

Schuld door schuld
Voordat nagedacht wordt over oplossingen, moet de realiteit benoemd worden: het Rijk heeft schuld door schuld. Veel commercieel vastgoed van de Rijksgebouwendienst zal leeg staan. Hoeveel en of het afbetaald is, heb ik niet opgezocht, maar één ding is zeker: het kost geld. Investeren is nu eenmaal risicovol. Geen rendement dus. Tenzij verhuur na herontwikkeling (de grootschalige kantoren zijn niet zo in trek op dit moment) meer opbrengt dan de investering en de doorlopende kosten. Maar waarom zou de Rijksgebouwendienst de rol van de ontwikkelaar op zich nemen?

Schuld afbouwen door stapsgewijze verkoop en afschrijving lijkt mij de meest duurzame oplossing. Verkoop vastgoed aan de vastgoedmarkt én aan de maatschappij zelf.

MVO voor de vastgoedmarkt
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is voor de vastgoedmarkt niet alleen geld verdienen aan duurzame energie en zogenoemde groene gebouwen. MVO voor vastgoedeigenaren en ontwikkelaars gaat wat mij betreft ook over het geven van ruimte aan de maatschappij. Het Rijk kan hier eisen voor stellen aan de vastgoedmarkt. Zoiets als ‘stel 5% van iedere ontwikkeling beschikbaar voor lokale maatschappelijke organisaties’. Dan faciliteert de vastgoedmarkt gratis of zeer voordelig ruimte voor kunst, cultuur, onderwijs et cetera. Bovendien zijn dit vaak organisaties die de locatie van het vastgoed op een positieve manier meer op de kaart kunnen zetten.

Een eigen plek voor cultuur
Een aanvullende optie is vastgoed stapsgewijs verkopen aan een culturele organisatie. Zodat zij zelf eigenaar worden en op den duur minder maandelijkse lasten hebben. Culturele organisaties moeten immers ‘ondernemender’ worden en om dit te bewerkstelligen worden tot nu toe alleen subsidies geschrapt en gekort.

Er zijn culturele organisaties die er nu al in slagen om ondernemend te zijn, hun culturele waarde te behouden én vastgoedwaarde te verhogen. Het creatieve bedrijfsverzamelgebouw Vechtclub XL is hier een goed voorbeeld van. Zonder subsidie hebben zij een pand getransformeerd en hun plek een identiteit gegeven.

Vechtclub XL heeft zich ook aangesloten bij het Utrechts Verbond, een verzameling van organisaties en ondernemers die graag meer betekent voor hun omgeving en de leegstaande ruimten hierin. In dit verbond noemen culturele organisaties zichzelf ‘een uithangbord voor de stad’ en vragen zij om ruimte voor experiment. Letterlijk en figuurlijk.

Rendement
Het rendement op het rijksvastgoed is met een dergelijke aanpak zowel maatschappelijk als financieel. Meer ruimte voor de maatschappij en minder schulden. Bovendien lijkt mij de kans dat het vastgoed daadwerkelijk gevuld wordt groter via lokale gebruikers dan via makelaars.

Doorstappen

Frustratieinspiratie VII Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is het mijn schorre stem en de veranderingen in de samenleving die niet door iedereen erkend worden.

Ik ben schor en sta ergens in mijn leven, met mijn omgeving om me heen. Schreeuwend dat tijden niet gaan veranderen, maar veranderd zijn. Niet ver van mij vandaan zijn ook ‘schreeuwers’. Wij zullen onze stemmen bundelen tot één groot, overtuigend kanon dat tenminste schot brengt in al die stilstaande mensen. Mensen die nog steeds wachten op een vloedgolf van veranderingen die al tijden aan hen voorbij sijpelt.

Mij staat een flink jaar te wachten. Werken door weer en wind en, zoals iedereen, de medeverantwoordelijkheid om onze samenleving aan te sterken. Want na de glocalisering en daarbij komend de liquidarisering zijn we als netwerksamenleving al aardig op weg. Zoekend naar een nieuwe orde van samenzijn, vinden we elkaar meer en meer in wat we doen in plaats van waar we vandaan komen.

Zo log je je bij Seats2meet in met je specialismen. Opdat geïnteresseerden je vinden op wat je doet. Buurtcoöperaties zijn in opkomst: samen doen. Wat dan ook. Sportorganisaties en tuinmannen zijn nieuwe sociaal verbinders van de stad: zij verbinden mensen door samen te sporten of tuinieren. Door te doen. Dit soort veranderorganisaties zijn de wereld niet aan het overnemen. Ze zijn simpelweg overal en dat steeds meer.

Ik heb ook veranderdrift. Iedereen moet zich thuisvoelen in zijn of haar omgeving. Hiervoor moet de omgeving aansluiten bij de gebruiken van de mensen in plaats van andersom. Zie het als sociaal design op gebiedsniveau.

In september heb ik Meer Merwede gelanceerd: gezamenlijke gebiedsontwikkeling in het Zuiden van Utrecht. Nu zoek ik samen met bewoners, ontwikkelaars, eigenaren, gemeente en organisaties op locatie naar een manier om de gebruiken van gebiedsgebruikers mee te nemen in de herontwikkeling van het gebied. In november hadden we Groen en Paviljoen over de rol van de stadstuin en een horecagelegenheid in Merwede. Op zeven februari is de bijeenkomst Sport en Wonen. Dit zal gaan over de kwaliteiten van het gebied voor, en de wensen voor het gebied van, hardlopers, roeiers en skaters. In een daaropvolgende bijeenkomst komt de tippelzone aan bod.

Een herontwikkeling aan de hand van activiteiten, dat is nogal een ambitie. Zeker tegenover de ambitie van de traditionele vastgoedwereld. Men wenst een hoogwaardig woon- en werkgebied waar vooral ruimte is voor nieuwbouw of herbouw tot studenten- en starterswoningen. Kantoren zijn er al en industrie moet weg. Sporters, groen- en horecaprogramma’s staan op zijn zachts gezegd niet centraal in deze ambitie. Maar de twee kunnen goed samen gaan en daar werken we nu aan.

Ik ben schor en sta ergens in mijn leven, met mijn omgeving om me heen. De eerste stap is gezet, nu is het een kwestie van doorstappen en doen. Maar hoe? ‘Hoe?’ was de vraag die ik mijn familie stelde tijdens kerst. Ik vroeg het schor, moe van het schreeuwen.

‘Doorgaan!’ Zei mijn vader. Maar hoe kan ik voorop blijven lopen terwijl overal tal van veranderingen gaande zijn? Ik ben, en ik niet alleen, genoodzaakt veel te investeren in een vak dat nog niet bestaat. Mijn zus Lisette (27) maakte een mooie en geruststellende vergelijking. ‘Zie het als een hardloopwedstrijd. Soms word je ingehaald, maar die mensen laat je gewoon even voor je uit lopen. Later haal je ze toch weer in. Zo gaat dat.’ Zo gaat dat? Vorig jaar schreef ik Een voorsprong op de tijd en dit jaar laat ik me inhalen? Maar nee, niet letterlijk. Dit jaar stap ik door, samen met wie meedoet. Projecten als Meer Merwede gaan voor de (her)ontwikkeling uit. Het is immers een leidraad voor wie wil ontwikkelen en contouren worden steeds meer zichtbaar.

Uiteindelijk haalt mijn neefje Ian (2) me naar de realiteit. ‘Tante Emi! Kassa spelen! Samen doen!’ We draaien samen aan zijn kerstcadeau, de kassa. ‘Ping!’ Want uiteindelijk draait alles altijd om samen doen.

 

Ontwikkelen doe je niet alleen

Frustratieinspiratie VI Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is de definitie die we geven aan individualisering. Individualisering wordt veel gezien als ‘ieder voor zich’ in plaats van ‘ik in relatie tot jou’. 

De omgeving van de mens is de medemens´ (J.A. Deelder)

Bescheiden brutaliteit 
Ooit was ik heel bescheiden. Dat leer je te zijn als Zeeuws meisje, daar ben ik van overtuigd. Utrecht leerde mij dat bescheiden zijn weinig oplevert. Bij aankomst op het Centraal Station leer je dit al: opzij gaan voor een geheven hoofd betekent tegen een volgend geheven hoofd opbotsen. Ik stap vrolijk door. Soms ontwijkend; met versnelde of vertraagde pas en met een knipoog her en der.

Mijn omgeving heeft ervoor gezorgd dat ik brutaler werd. Niet onopgemerkt. Op het Centraal Station ontwijken mensen mij ook, al dan niet met knipoog retour. Als onderneming, Vliegerprojecten, word ik zo goed gehoord, dat ik op mijn vingers getikt word als ik het mis heb. En dat mij boeken en mensen toegeschoven worden waarvan ik kan leren. Wat een luxe! Mijn omgeving helpt mij me te ontwikkelen. Blij luister en help ik terug.

Dat mensen door elkaar meer ontwikkelen, zou ik graag wat meer zien. Niet alleen voor mensen als ik, maar voor iedereen op elke plek. Mensen met of zonder opleiding. Of ze nu kleine of grote dromen hebben. Want zonder mijn omgeving; van de mensen op twitter tot aan de voorbijgangers op Utrecht Centraal, had ik nooit gedaan wat ik nu doe.

Meer Merwede
Brutaal als ik ben geworden, eigen ik mezelf een project toe: Meer Merwede. In mijn woonplaats Utrecht. Meer Merwede gaat over de Merwedekanaalzone, deelgebied vijf (tussen het voormalig OPG-terrein en City Campus MAX). Dit gebied mist een thuisgevoel. Het doel van Meer Merwede is om dit gebied te promoten en te herontwikkelen in samenwerking met bewoners, eigenaren, gemeente en ondernemende partijen. Opdat we allemaal een thuisgevoel krijgen. Bovenal hoop ik dat het gebied zijn kansen waar maakt; dat het een plek wordt waar eenieder kan ontwikkelen en de kans krijgt om te experimenteren met de aanwezige ontwikkelrichtingen.

Open gildes
Meer Merwede is er ook om een laagdrempelige instap te realiseren. Om de kans te leren van professionals in het gebied zichtbaar te maken. De openbare ruimte is nu volgepropt met hekken en hagen. Niet bepaald een laagdrempelige instap. Dit, terwijl professionals die kennis en kunde overdragen weldegelijk aanwezig zijn. Wat mist is de verbinding tussen de openbare, semi openbare en privé ruimten. Een verbinding tussen bezoekers en bewoners, functies en bedrijven.

Interlokale identiteit
Merwede vestigt veel ontwerpers, makers en verbinders. Hun onzichtbaarheid is ook van invloed op het vestigingsgedrag van gelieerde organisaties en bedrijven.  De vertrokken distributiecentra worden nog niet vervangen, want wat komt er in de plaats? Daarom wil ik naast de laagdrempelige instap bekend maken wat Merwede te bieden heeft. Ik wil bedrijven en activiteiten aantrekken die datgene produceren of verkopen dat voortkomt uit de kennis en kunde van het gebied. De bedrijvigheid die hieruit voortkomt geeft het gebied interlokale bekendheid.

Uiteindelijk komen de ontwerper, de maker, de verkoper en ook de consument op één plek. Wat we gaan verkopen in Merwede weet ik niet. Misschien fietsen, duurzame energie of keramiek? Het kan ook voedsel worden of functionele kunst. Wat, of welke combinatie, het wordt, zal blijken. In ieder geval zijn er kansen genoeg voor open gildes waarin eenieder kan ontwikkelen.

Vrouw des huizes hekelt vastgoed

Bloggen over de provada. Doen of niet doen? Ik stelde het, offline, aan tafel met Glamourmanifest, WYNEstrategy en BarendTreep. We gooiden met (on)gevraagd advies en prachtige quotes die ik, van iedereen, niet mocht opschrijven. Dat deed ik niet dus ik ben ze vergeten.

Wat leerde de provada ons? Wikistedia nodigde gasten uit die vooral spraken over het samenkomen van onze online en offline wereld. We moeten meer ontmoetingsplekken creëren. Ik zou graag toevoegen dat deze ontmoetingsplekken ook een sociale waarde moeten dragen. Dat de identiteiten van de mensen die elkaar ontmoeten op deze plekken ook zichtbaar zijn in beeld en verhaal. Maar dat wisten we al, toch? Verder was de provada praktisch gelijk aan vorig jaar.

Terug in de trein ben ik blij en teleurgesteld tegelijk. De zon schijnt en ik dwaal af. Wat deed ik daar eigenlijk op die beurs? Buiten het gezellige ‘offline’ ontmoeten van de mensen die ik reeds kende, vond ik het vreselijk. Ik houd er sowieso niet zo van om de hort op te gaan. Toegegeven. Ik ben graag thuis, in een omgeving die bij me past. Het liefste was ik dan ook ‘vrouw des huizes’ geworden. Maar hier neem ik geen genoegen meer mee.

Iedereen moet zich thuis kunnen voelen in zijn of haar omgeving. Iedereen. Daarom ga ik toch de hort op, naar die verdomde vastgoedbeurs. Morgen weer (half 11, stand 11-25) Oneindig lang zal ik doorgaan om zoveel mogelijk mensen een thuisgevoel te geven. Op hun werk, in hun buurt en op de plekken waar zij ontmoeten. Hiervoor ontwikkelde ik de marketingmethode Connected Identity en daaraan gekoppeld het cultuurmodel; ‘het pompende hart van de buurt’. Om ieder pand een thuisgevoel te laten bieden en om iedereen een thuisgevoel te geven in zijn of haar omgeving.

Ik hekel vastgoed, maar ik houd van de plekken die vastgoed biedt.

Ik ben stuurbaar, jij ook

Frustratieinspiratie V Frustratieinspiratie is een serie van blogs die ik schrijf naar aanleiding van iets dat mij frustreert. Dit keer is het de zogenaamde maakbaarheid van het individu. NB: ik zie karakter als een onderdeel van identiteit.

Ik heb een karakter, dus ik ben
In mijn vakantie las ik het boek ‘dus ik ben’ uit. Het viel me op dat ‘zijn’ continu verklaard werd uit ‘worden’. We zijn wat we doen, zeggen en ervaren hebben. De identiteit van een plek wordt naar mijn idee ook zo gevormd: door de functies die er zijn, de fysieke uitstraling en de verhalen uit het verleden.

Zo was mijn overtuiging dat de mens ‘wordt’ door wat hij of zij meemaakt. Totdat we op de sportschool een discussie hadden over worden en zijn. Hoezeer heeft je omgeving invloed op wie je bent? Je hebt immers een karakter. Door mijn focus op de massa, vergat ik bijna het karakter van het individu. Nu pas valt me op dat nergens in het boek Dus ik ben stond: ‘Ik heb karakter, dus ik ben’. Karakter, hetgeen zo bepalend is in iedere beslissing die wordt genomen.

Het gaat niet om de hobby’s die je hebt, het werk dat je doet en de knappe dingen die je vertoont. Het gaat om wie je bent. Om je karakter.

Je bent (niet) wat je kiest te doen
Hetgeen je doet is wel degelijk onderdeel van je identiteit en wat je doet is beïnvloed door je omgeving en gevormd uit wat er op je pad is gekomen. Dus je omgeving heeft invloed op je identiteit, maar je karakter bepaalt hoe jij met deze invloeden en ervaringen omgaat. Hoe jij hetgeen je ontvangt weer uit. Zijn wij dan maakbaar? Of kunnen we beslissen wie we worden? Ook als ons karakter al besloten heeft wie we zijn?

Ik ben er van overtuigt dat je kunt sturen op identiteit. Een mens kiest immers graag (hoewel uit voorgestelde opties).

Keuzes zijn ontvankelijk. Zouden anders zijn geweest in elke andere situatie. De geschiedenis is al daar en de toekomst onvast. Net zo ontvankelijk als de keuzes die haar bepalen.

Situaties overkomen je en keuzes zijn afhankelijk van de situatie waarbinnen de keuze wordt gemaakt. Maar ook met betrekking tot een situatie kan het individu kiezen: je kiest zelf jouw focus binnen jouw omgeving. Een mooi voorbeeld hiervan zag ik gister in het programma Nieuwkomers afgelopen zondag op Nederland twee. Hierin vertelde Teju Cole, stadsfotograaf en schrijver van The open city, over de keuzes die zijn vader hem liet zien toen hij hem op zeventienjarige leeftijd achterliet in de stad New York en zelf terugreisde naar Nigeria. (Teju Cole, vrij vertaald:) ‘Hij wees naar een man die graaide in een vuilnisbak en zei tegen mij: “dat is óók New York”. Hiermee vertelde mijn vader me dat ik in deze stad zelf kon kiezen wat ik van mijn leven maakte. Hij wees me op de gevaren en de mogelijkheden.’ Teju Cole leerde dat hij zelf een focus moest leggen en zijn eigen droom moest vinden binnen de geboden mogelijkheden.

De waarheid
Je kunt niet kiezen wat er op je pad komt, maar je kunt wel kiezen waar je wel en niet op reageert. Is onze individuele identiteit een wisselwerking tussen ons (onverklaarbare) karakter en ervaringen vanuit onze omgeving. Ik denk het. Onze identiteit is niet maakbaar, maar wel stuurbaar.

Wat is dan het karakter van een plek? En hoe ga je om met een stuurbare samenleving? Locatiemarketing en programmering is sturen op de gebiedsidentiteit vanuit tal van individuele karakters. Ik heb een opzetje gemaakt voor een vervolgblog. Wie het wil lezen en mee wil denken, kan mij mailen.

Categorieen

Recent

Tags

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger