Blog - Ontwikkelen

Over onze omgeving, co-creatieve gebiedsontwikkeling, leegstand, locatiemarketing en de netwerksamenleving. Ook frustratieinspiratie.

Organiseer organische gebiedsontwikkeling in de Merwedekanaalzone

Illustraties door Cliff van Thillo

De afgelopen vijf jaar hebben we met Meer Merwede gewerkt aan de gezamenlijke gebiedsaanpak van Merwede, onderdeel van de Merwedekanaalzone in Utrecht. Ons doel was het aanjagen van de transformatie, het gebied op de kaart, en het ondersteunen van de gezamenlijke gebiedsaanpak: het samen stadmaken.

Deze aanpak was organisch te noemen. Middels evenementen, nieuwsberichten en social media benadrukten we bestaande kwaliteiten. De focus lag hierin op oude en nieuwe gebruikers en plekken die elkaar versterken en aanvullen. Bijeenkomsten waren er voor de verschillende belanghebbenden die op elkaar reageerden en zo de inhoud vormden van het ontwikkelperspectief en de ontwikkelambitie van het gebied. Belanghebbenden die ook samen gingen werken: ontwikkelaars gingen met elkaar en met verschillende gebiedsgebruikers om tafel en die gebruikers ook weer met elkaar. Er zijn gesprekken en plannen ontstaan waardoor belanghebbenden, stapsgewijs en samen, het gebied transformeren.

Ondertussen heeft het college in 2014 het coalitieakkoord Utrecht maken we samen gemaakt en in 2016 nam de Utrechtse gemeenteraad de motie Samen stadmaken aan. De transformatie is gaande en samen stadmaken is een feit. Ons doel is bereikt. Tijd om te stoppen met Meer Merwede.

Lees ook: Organische gebiedsontwikkeling, juist niet loslaten

Maar we durven nog niet los te laten. We zijn niet zeker van het vervolg van deze, eigenlijk nu al niet meer, organische gebiedsontwikkeling. De opgave lijkt te groot voor een organische aanpak. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (2016) kiest de gemeenteraad voor een ambitie om zes tot tienduizend woningen toe te voegen tussen de Mr Tellegenlaan en de A12 vóór 2030. De gemeente moet daarom ook een Milieu Effect Rapportage opstellen (MER): de voorwaarden waaronder deze ambitie uit te voeren is. In een omgevingsvisie worden de plannen nu verder uitgewerkt voor een groot deel van de Merwedekanaalzone. Vanaf Villa Jongerius tot aan de snelweg, bij de grens met Nieuwegein. En er is haast: zonder vastgestelde Omgevingsvisie en MER kan geen enkel bestemmingsplan worden gewijzigd en staan projecten, zoals Defensieterrein, Eendrachtslaan en de mogelijke vestiging van Holland Casino in de wacht.

Ik heb gezegd voor deze omgevingsvisie een alinea te schrijven over de gezamenlijke en organische gebiedsaanpak en hoe we deze door kunnen zetten in deze grote gebiedsontwikkeling naar misschien wel de meest hoogstedelijke wijk van Utrecht.

Organische gebiedsontwikkeling is te organiseren in de Merwedekanaalzone. Hieronder heb ik een aantal acties opgeschreven die organische gebiedsontwikkeling kunnen ondersteunen bij grootstedelijke opgaven. Deze zal ik voor de omgevingsvisie exact zal toespitsen op de Merwedekanaalzone (hier te downloaden zodra deze openbaar is). Acties die we kunnen ondernemen in Utrecht om de organische gebiedsontwikkeling, voor zover mijn inzicht reikt, zo goed als mogelijk door te voeren in de Merwedekanaalzone. Overigens is een deel hiervan al opgepakt door zowel gemeente als diverse belanghebbenden. 

 

FASEER DE ONTWIKKELINGEN

  • Deel het gebied op in fasen waarin ontwikkeld wordt.
    De fasering wordt besloten aan de hand van overleg met belanghebbenden, het succes van de huidige architectuur en programmering en belemmeringen die opgelost moeten worden.
  • Geef (hiermee) duidelijkheid aan initiatiefnemers.
    Zowel ontwikkelaars als (tijdelijke) gebruikers van een plek hebben baat bij duidelijkheid. Zodra zij weten wanneer de ontwikkeling kan beginnen, kunnen zij investeren in de tussentijd en de toekomst.
  • Investeer voor in de openbare ruimte.
    Leg de eerste (en bruikbare) openbare ruimte vast aan. Denk hierbij aan een park, bomenlaan of vriendelijke en aantrekkelijke oever.
  • Maak een kwaliteitskader en stel een intervisor in.
    Met een kwaliteitskader kun je per ontwikkeling de rest van de openbare ruimte en aangrenzende infrastructuur aanpakken. De intervisor zorgt er gedurende de jaren voor dat de beoogde kwaliteit bewaakt wordt.


PROGRAMMEER TIJDELIJKHEID EN INCLUSIVITEIT

  • Stel eisen aan de inclusieve stad.
    Door afspraken te maken over de verdeling sociaal, vrije sector en koop bij woningen en maatschappelijk, creatief en commercieel bij niet-wonen geef je haalbare kaders aan voor de inclusieve stad. (Nu doen we het vaak met een ambitie of streven af.)
  • Programmeer tijdelijk gebruik.
    En geef succesvolle tijdelijke initiatieven en ondernemers een plek in de ontwikkelingen, voor een prijs die bij hen past, mits het binnen de afgesproken verdeling voor de inclusieve stad past.
  • Geef het gebruik van de toekomst nu al een plek.
    Denk hierbij aan deelauto’s, (de start van) een duurzame energiearchitectuur, maar ook voorzieningen zoals een flexwerkplek, koffiebar met wasserette of een deelkelder.

Lees ook: Alleen de vastgoedmarkt kan Utrecht redden (als de politiek dat wil)

 

BEHOUD EN VERGROOT BESTAANDE KWALITEITEN VOOR HERKENBARE IDENTITEIT

  • Behoud historische kenmerken.
    Zichtbare of zichtbaar gemaakte kenmerken uit de geschiedenis vertellen het verhaal van de plek en zijn onderdeel van de identiteit. Door deze te behouden en in nieuwe ontwikkelingen te refereren aan de geschiedenis, vergroot je de herkenbaarheid van het gebied.
  • Bijzondere functies met een positieve vibe
    Ook de bestaande functies zijn onderdeel van de identiteit van het gebied. Behoud degene die een positieve invloed hebben op de wijk en stad. Niet de kerncentrales en tippelzones, maar wel een koekjesfabrieken en pottenbakkers.
  • Behoud architectuur uit zoveel mogelijk tijden.
    Ook architectuur vertelt het verhaal van het verleden. Behoud zoveel mogelijk stijlen voor de diversiteit en een zo compleet mogelijk verhaal. Ook wat gebouwen uit de jaren ’70 en ’80.
  • Creëer de nieuwe openbare ruimte zoveel mogelijk vanuit de bestaande.
    Denk aan het behoud van water, bomen en bijzondere planten. Maar ook de routes die mens en dier hebben door de groenstructuur in het gebied: verbeter deze vanuit bestaande kwaliteiten.

 

 

CO-CREËER DE OPENBARE RUIMTE EN GEBOUWDE OMGEVING

  • Betrek bewoners en organisaties uit de buurt bij het ontwerpen en invullen van de openbare ruimte.
    Door de omgeving samen met de eindgebruiker vorm te geven, is deze beter afgestemd op hun wensen en het type gebruik, maar ook biedt het de kans om een collectief te vormen voor het beheer en onderhoud. Wat weer kansen biedt voor de sociale cohesie.
  • Maak onontworpen ruimtes.
    De openbare ruimte en gebouwde omgeving moet juist niet 100% af zijn na ontwikkeling. Laat ook ruimte open voor onvoorziene functies en geef de nieuwe bewoners en gebruikers van het gebied de gelegenheid om zelf iets toe te voegen aan de openbare ruimte.
  • Laat grote en kleine(re) partijen samenwerken aan de gebiedsontwikkeling.
    Hiermee biedt je ruimte voor CPO en andersoortige ontwikkelingen op kleine schaal. Zorg dat er zowel ruimte is om kleine stukken grond te kopen als binnen (op een verdieping van) appartementencomplexen mee te ontwikkelen.

 

 

Urban Curators en het nieuwe stadmaken

Op 1 juni presenteerde Trancity het boek ‘Het nieuwe stadmaken’. Het boek is bedoeld om een volgende stap te zetten in alle verhalen over stadmakers en over overheid versus stadmaker en commerciële ontwikkelaar versus stadmaker. In het boek gaan de schrijvers op zoek naar de continuering van de veranderingen die nu gaande zijn en naar een gelijk speelveld voor de stadmaker. 

Samen met Sabrina Lindeman van OpTrek en Saskia Beer van Glamourmanifest schreef ik een essay over ons werk als gebiedsontwikkelaar zonder bezit. Urban Curators zijn we genoemd. Lees ons essay Urban Curators. Het hele boek is hier te koop voor €19,50.

Een stad om in te bewegen

Ruimte en gezondheid gaan hand in hand. Dat werd duidelijk tijdens het congres ‘Ruimte voor gezondheid’ in Groningen. En er is op dat gebied werk aan de winkel voor Nederlandse ruimtemensen. Want waar eind 19e eeuw het riool ons van de ‘tering’ redde, kan een gezonde stad ons nu afhelpen van obesitas en stress. Niet door radicale veranderingen, maar met kleine ruimtelijke en organisatorische aanpassingen die beweging stimuleren. Als subtiele verleiders moeten we tekeer gaan bij de doorontwikkeling van onze omgeving.

Deze blog verscheen eerder op Ruimtevolk

Obesitas, stress en de stad
Toen de auto de stad veroverde, veranderde de infrastructuur in ongezonde richting. De tussen werk en woning heen-en-weer pendelende automobilisten kregen steeds minder beweging en veroorzaakten een benauwde stad. Daar bovenop kwam ook nog de introductie van fast food. Deze combinatie heeft er mede toe geleid dat we nu kampen met een nieuwe epidemie: obesitas.

Maar dat is niet de enige ziekte die samenhangt met een ongezonde stad. Dankzij automatisering en het internet kunnen we overal werken. Handig en snel, maar het brengt een maatschappelijk probleem met zich mee: stress. Ook hier speelt ruimte een rol. Uit onderzoek van Agnes van den Berg blijkt dat veel mensen rustiger worden als zij (imitatie)natuur zien.

Obesitas en stress zijn de tuberculose van onze tijd. Maar nu is een fysieke aanpassing – zoals de introductie van het riool – niet de enige oplossing. Die ligt ook bij de inwoners van steden. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om gezonder te eten en meer te bewegen. De vraag is wat wij als ruimtemensen kunnen betekenen om stedelingen te stimuleren gezonder te leven. Hoe kunnen we de stad zo doorontwikkelen dat zij haar inwoners verleidt om meer te bewegen en te sporten? En waar ligt de grens tussen verleiden en forceren? Het antwoord op deze vragen vond ik op het congres Ruimte voor gezondheid en bij de voorbereiding de Meer Merwede bijeenkomst Sport en Wonen.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Bewegen: forceren of verleiden?
Menno Moerman vertelde dat er in steden veel te winnen is in de dagelijkse bewegingen. Van en naar school en ons werk, via de supermarkt en andere voorzieningen. Uit het onderzoek ‘De gezonde wijk’ waaraan hij meewerkte, zijn verschillende ideeën ontstaan om mensen meer te laten bewegen in hun wijk. Enkele tips:

– Vergroot de afstand naar de auto’s. Hierdoor wandel je meer en pak je sneller de fiets voor kleinere afstanden.
– Zorg voor variatie in de woonomgeving. Variatie ervaart men vaker bij laagbouw; verschillende tuinen en huizen. Dit laat je denken dat afstanden kleiner zijn waardoor je sneller wandelt of fietst.
Zorg dat zo veel mogelijk mensen op wandel- en fietsafstand wonen van voorzieningen, werk en scholen. Dit kan bijvoorbeeld door de dichtheid te verhogen en voorzieningen te spreiden.
– Vergroot de aantrekkelijkheid van wandel- en fietspaden en verlaag die van de autowegen. Bijvoorbeeld door autovrije en -arme routes aan te leggen, stoplichten voor fietsers sneller op groen te laten gaan (bij regen) en wandel- en fietspaden te vergroenen.

– Doe iets extra’s, iets leuks voor fietsers. Zoals een fietspomp aan fietsnietjes.
– Maak de trap aantrekkelijker dan de roltrap of lift. Bijvoorbeeld met een pianotrap.

Zien sporten doet sporten
Daniel Casas Valle en Vincent Kompier hebben onderzoek gedaan naar sport in de stad. Zij vroegen zich af hoe je sport aantrekkelijker kan maken en dichter bij de mensen kunt brengen. Hierdoor groeit de sportparticipatie indirect. Zo kan sport ook worden gebruikt om stedelijke ontmoetingsplekken te maken of te versterken. De onderzoekers zochten goede voorbeelden in verschillende Europese steden. Wie sporten wil bevorderen, zo blijkt, moet sport zichtbaar maken en combineren met andere programma’s uit de omgeving, zoals winkels, horeca, cultuur en onderwijs. Want zoals zien kopen doet kopen, geldt ook dat zien sporten doet sporten.

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Foto door: foto: Daniel Casas Valle

Verleidelijk en gezond
De monofunctionele stad is afschuwwekkend en ongezond. Deze stad is een gevaar voor de stedeling. Haar tegenhanger is de multifunctionele stad. Zij is verleidelijk en gezond. De gezonde stad is onder andere een stad om in te bewegen. Een stad waarin fysieke diversiteit en groen de mensen verleidt tot gezond gedrag.

Diversiteit in de woonomgeving stimuleert mensen om meer te wandelen en te fietsen, omdat afstanden kleiner lijken. Als er in de buurt geen bestemmingen zijn, is er ook nauwelijks beweging. Hetzelfde geldt voor sportlocaties: zonder verenigingen, wedstrijden of evenementen worden deze minder gebruikt. Om een plek meer bekendheid te geven en het gebruik ervan te stimuleren is een programma nodig. Met gebeurtenissen creëer je belevingen. Een programma komt in het nieuws, maakt reclame en keert vooral regelmatig terug; het zorgt voor een continu gebruik van de plekken.  Bovendien, concluderen de onderzoekers van ‘Sport in the City’, zijn verschillende programma’s te combineren op één plek. Op een sportveld kan ook een band optreden of is plek voor een buurtmarkt. Dit betekent dat ook een organisatorisch aspect komt kijken bij de programmering van een plek.

Gezond is de stad waarin multifunctionaliteit zich vertaalt in activiteitenprogramma’s die regelmatig ontmoetingen teweegbrengen. Juist ook in de openbare ruimte, zoals Donica Buisman ons leert in haar blog ‘Van niemand en iedereen tegelijk’. Ontmoetingen die zijn gekoppeld aan een plek, maken dat een plek een betekenis krijgt voor haar bezoekers; zij beleven er, ontmoeten er en keren er regelmatig terug.

Want dat is verleiden: uitnodigen tot aanraking, ontmoeting en beleving.

Kruisbestuiving tussen sport en cultuur in de stad

Selfmade economy is het thema van Culturele Zondag Utrecht, eind mei 2014. Meer Merwede is gevraagd om het onderdeel ‘sport´ in te vullen. Dit doen wij graag, want er zijn veel bijzondere sporten in Merwede. Denk aan Skatepark Utrecht, Boulderhal Sterk en Circus DIEDOM. We gingen aan de slag en zochten naar trends in de sport. We kwamen op de kruisbestuiving tussen cultuur en sport en raakten hierdoor in de war. Sport is geen overkoepelend thema in een gemixt gebied. Sport is onderdeel van ons parcours door de stad en in onze tijdbesteding.

Maar hoe is dit zo gekomen? Waarom is sport geen apart onderdeel meer in ons leven en in de stad? We gingen op onderzoek uit en schrijven deze verschuiving toe aan de individualisering, de keuzevrijheid, maar ook aan het feit dat ons werk- en privéleven steeds meer overlap kent.

Vrijetijdsbesteding
Eerst even het ontstaan van sport in de stad. We raadpleegden een boek dat we ontvingen van het Mulier instituut in Utrecht: ‘Sport in de stad’. Zij omschrijven sport als volgt: ‘Sport is een door de burgers zelf georganiseerde vorm van vrijetijdsbesteding, waar de overheid pas ten tijde van de verzorgingsstaat serieuze bemoeienis mee heeft gekregen.’ Van oorsprong is sport dus georganiseerd zoals in Merwede: sporters creëren hun eigen omgeving.

Ook het enthousiasme van ondernemers dat leidt tot meer deelnemers aan de sport komt terug in het boek: ‘Verder leert deze geschiedenis ons dat veranderingen in de spelvorm, de sociale positie van de deelnemers en de aantallen deelnemers, samenhangen met zowel wijdere maatschappelijke ontwikkelingen, als met acties van eenlingen, ondernemers en liefhebbers. Zoals kolonel Wingfield, aan wie de vormgeving van het moderne tennis rond 1880 meestal wordt toegeschreven.’ (Sport in de stad, Van den Heuvel, Hoekman en Van der Poel, 2011)

Sport wordt omschreven als een vrijetijdsbesteding, die dankzij enthousiaste (sportende) ondernemers bekendheid en populariteit verdient.

Vervaging werk en vrije tijd
Maar nu, in het begin van de 21ste eeuw, is sport meer dan alleen een vrijetijdsbesteding. Je sport is een onderdeel van je identiteit: je bent bijvoorbeeld niet alleen docent, maar ook zwemmer als zwemmen je sport is. Lang niet iedereen werkt vijf dagen per week van negen tot vijf. Steeds meer mensen hebben wisselende werktijden en daarom kunnen sporten steeds vaker de hele dag door beoefend worden.

Sinds de opkomst van de belevingseconomie aan het eind van de 20ste eeuw hebben bovendien steeds meer mensen hun werk gemaakt van sport en spel. Het aanbieden van sport is niet meer alleen door vrijwilligers, maar steeds meer door ondernemers georganiseerd.

Individualisering
Je sport is ook onderdeel van je sociale omgeving: van je netwerk. We hebben meer vrije tijd dan ooit en die besteden we niet aan sporten alleen. Iedereen heeft zijn eigen parcours door de stad van de dingen die hij of zij doet. Dingen die je identiteit vormen. Dit verbindt personen aan verschillende communities. Het ene moment ben je voetballer en het volgende moment zit je in het filmhuis of game je met je vrienden. Verschillende activiteiten waarmee individuen hun diversiteit uiten.

Deze keuzevrijheid bevordert onze individualiteit en maakt onze identiteit flexibel: we kiezen wie we zijn en veranderen dit wanneer we willen. Maar hierdoor dreigt volgens mij ook eenzaamheid. We horen overal een beetje bij en kunnen op iedereen een beetje steunen. Maar het zijn los-vaste netwerken.

Trend: kruisbestuiving sport en cultuur
Misschien komt daar de kruisbestuiving tussen kunst, cultuur en sport vandaan. Door verschillende typen ontmoetingen in je parcours door de stad te combineren, heb je een meer solide netwerk op één plek en met dezelfde mensen.

We zagen de trend van kruisbestuiving tussen sport en cultuur bij de sportorganisaties in Merwede en legden deze voor aan het Mulier instituut. Skaters organiseren regelmatig evenementen die gekoppeld zijn aan muziek. ‘Vaak punkrock, maar ook hip-hop is tegenwoordig populair onder skaters’, vertelde skater Lars Roon ons. En de boulderhal heeft een vintage zithoek en serveert cappuccino’s, taart en een daghap. Geen typische sportkantine. Koen Breedveld en Remco Hoekman bevestigden dat de overlap tussen sport en cultuur groeit.

Remco Hoekman vertelde ons dat deze kruisbestuiving ook een middel kan zijn om sporten in de stad te stimuleren. “Door de sport op te nemen in een subcultuur en te combineren met kunst en cultuur, stimuleer je een grote groep mensen om meer te sporten.”

Samenspel
Deze kruisbestuiving maakt dat dit type sport geen apart onderdeel meer is van de stad. Sporten zoals skaten en boulderen, maar bijvoorbeeld ook circus, BMX-en, bootcamp en beachvolleybal zijn deelnemer van een samenspel tussen culturele plekken, horeca en misschien ook winkels. Incidenteel zijn er nog de hardloopwedstrijden die gekoppeld worden aan cultuur zoals de Color Run en Electric Run. Sport is ook cultuur en geen onderdeel, maar een ingrediënt van ons leven in de stad.

 

Organische gebiedsontwikkeling: juist niet loslaten

Dat ik niet in bottom-up alleen geloof, is al een tijd bekend voor wie Meer Merwede volgt. Maar nu begin ik ook te twijfelen aan organische gebiedsontwikkeling. Loslaten is niet het middel en ‘vanzelf’ gaat het al helemaal niet.

Termen als bottom-up zijn ontstaan door het gemis aan samenwerking tussen bestuur, maker en gebruiker. Dit betekent zeker niet dat de ondernemende burgers het wel af kunnen zonder stadsbestuur, ontwikkelaars en ambtenaren. Het samenwerken tussen top down en bottom-up is de sleutel tot organische gebiedsontwikkeling. Organische gebiedsontwikkeling is een samenspel tussen top down en bottom-up.

Organisch is gezamenlijk
Toen ik begon te twijfelen over organische gebiedsontwikkeling, vroeg ik me pas af wat organisch eigenlijk betekent in deze term. Ik pakte de digitale Van Dale erbij: organisch betekent ‘als een organisme’ en een organisme is een ‘systematisch samenstel van verschillende onderdelen’. Systematisch is ‘ordelijk en samenhangend volgens een systeem’ en een systeem is een ‘doelmatig en geordend samenhangend geheel van bij elkaar horende dingen en hun onderdelen: een stelsel’.

Deze korte zoektocht leerde mij niet alleen dat de Van Dale er voor zorgt dat je op hun website blijft door je continu door te verwijzen naar een volgende term, maar ook dat wat Meer Merwede doet toch een onderdeel is van organische gebiedsontwikkeling.

Een organisch gebied is, geloof ik, een gebied waaraan vanzelfsprekend gezamenlijk gewerkt wordt aan een gezamenlijk doel. En wij werken aan een gezamenlijke gebiedsaanpak en hebben vanuit gezamenlijkheid een ontwikkelingsperspectief samengesteld.

Het gebied [Merwede] als organisme
Met organische gebiedsontwikkeling willen we het gebied zichzelf laten ontwikkelen als een organisme. Maar eerst moeten we gezamenlijkheid creëren, een gezamenlijk doel stellen én het organisme ‘in werking’ zetten omdat de gebieden waar we aan werken geen functionerende organismen (meer) zijn.

Meer Merwede heeft kwaliteiten, kansen en wensen vanuit  bewoners, ondernemers, eigenaren, ontwikkelaars en gemeente verzameld tijdens verschillende bijeenkomsten. Vanuit deze verzamelde informatie én vanuit het ontstaan van het gebied hebben wij het ontwikkelingsperspectief samengesteld. Maar hiermee hebben wij nog geen organisch werkend gebied gemaakt of gepuzzeld. En er moet beweging komen in alle onderdelen om het gebied als een organisme te laten werken.

Iedereen moet aan de slag.

Niets loslaten dus als overheid en zeker niet afwachten als eigenaar, ontwikkelaar, burger en ondernemer. Iedereen moet aan de slag. Meer Merwede ook, want dit is juist het begin voor ons. De samenwerking en afstemming tussen top down en bottom-up, een samenwerking die nu pas in de kinderschoenen staat, moet doorgezet worden. En alleen door inzet van alle partijen kan organische gebiedsontwikkeling op gang gebracht worden.

 

Categorieen

Recent

Tags

@EmilieVlieger

  • @EmilieVlieger