Nog één ding over leegstand

Tijdens het debat bij ARCAM afgelopen week werd ik bijna omgepraat door iets dat ik nu volkomen belachelijk vind. Namelijk het volgende: ‘Het heeft geen zin om nu lege kantoren om te bouwen tot studentenwoningen.’ Er is dan wel een tekort aan studentenwoningen, maar er zijn twee tegenargumenten: 1. er is meer leegstand dan behoefte aan studentenhuisvesting. 2. over (!) 18 jaar hebben we veel minder studenten dan nu. Dus is het beter om nú kantoren leeg te laten staan, of te slopen. Dan houden we de komende 18 jaar een tekort aan studentenhuisvesting en wie weet waar we over 18 jaar behoefte aan hebben. Misschien zijn alle grenzen dan wel open en krijgen we veel buitenlandse werknemers en studenten. Of niet.

Dan nog iets: er is veel vraag naar ruimte bij stichtingen. Sportclubs, welzijnswerk, talencursussen, dans- en toneelruimte en ga zo maar door. Zij hebben geen budget, maar wat als zij in zijn voor een flexibel contract? Dat zij leegstand vullen en het imago van de eigenaar vergroten. Wat als zij de buurteconomie (betalende sportclubs, zalenverhuur, horeca et cetera) aantrekken? Als startende ondernemers hierdoor een kans krijgen? Niet zozeer de studenten en de kunstenaars, maar iedereen. Ook de groenteboer. Ik heb het niet over tijdelijk beheer, maar over vast tijdelijk gebruik. Misschien tijdelijk, misschien voor altijd.

Noem mij een idealist, want ik geloof:
in een flexibele stad met duurzame architectuur;
in een ondernemende stad met lokale initiatieven;
in ‘kleine economieën’;
in doen.

Deze post heeft 2 reacties

  1. Hallo Emilie, ik ben het helemaal met je eens, de vraag is hoe je ervoor zorgt dat ondernemers, stadsbestuurders het ook met je eens zijn, en belangrijker nog, dat er actie ondernomen word!
    Hoe pak je dat aan?
    Met vriendelijke groet,

    Marjan

    1. Dag Marjan, daar geef ik je (hopelijk) binnenkort antwoord op want ik ben er nu mee bezig! Weet in ieder geval: goed luisteren, raak schoppen waar nodig en heel goed bemiddelen.

Geef een reactie